platenkast

EEN ONREGELMATIG BLOG …..
records
MET ALS ENIGE OVEREENKOMST DAT HET GAAT OVER PLATEN
en/of ARTIESTEN UIT MIJN PLATENKAST
elpees

PRINCE

Prince Roger Nelson overleed vorig jaar onverwacht op 57-jarige leeftijd. Ben Greenman schreef over Prince het boek Dig if you will the picture, de voorzijde vermeld als ondertitel De biografie van Prince, maar dat is dit boek zeker niet. Natuurlijk staan er veel belangrijke gebeurtenissen in zijn leven genoemd, zoals zijn bekering tot Jehova’s getuige, zijn periode als Symbool of TAFKAP en zijn strijd als slaaf met Warner Brothers, maar het boek is meer een poging tot analyse van de enorme hoeveelheid muziek die Prince ons heeft nagelaten (in grootte misschien alleen te vergelijken met de nalatenschap van Frank Zappa), dan een chronologisch overzicht van zijn leven. Ben is sinds zijn elfde levensjaar duidelijk een hartstochtelijke fan, maar weet ook objectief over de mindere perioden te schrijven, wat bij deze enorme output onvermijdelijk is. In zijn analyses haalt hij er veel literaire voorbeelden bij en grappig is zijn gebruik van de kleurtheorie van onze Nederlandse wetenschapper Herman Pleij, waarin de kleur paars een belangrijke rol speelt. Ook de veelvuldige samenwerking met vrouwen door Prince is een onderwerp dat uitgebreid aan de orde komt. Prince had ook een duidelijke haat/liefde verhouding met het internet. Zo begon hij een juridische strijd tegen al zijn fansites en ook probeerde hij alles wat zijn muziek bevatte van Youtube te bannen. Hij was een vat vol tegenstrijdigheden. In de discografie aan het eind van dit boek gaat de schrijver per album nog eens dieper in op de betekenis van één nummer per plaat.
Natuurlijk ken ik de bekendste nummers van Prince en Purple rain is een vast gegeven in elke soundtrack van de jaren tachtig. Het lezen van dit boek maakt mij als niet-fan zeker nieuwsgierig om eens met andere inzichten naar zijn muziek te gaan luisteren.
Uitgeverij Unieboek/Het Spectrum ISBN 978900035776 5
(3 september 2017)

GOLDEN EARRING

Golden Earring in 50 songs, biografie van een band, is een nieuw boek over deze inmiddels toch wel legendarische groep van eigen bodem. Het is zeker niet het eerste boek over de groep, maar de aanpak van auteur Maarten Steenmeijer (in het dagelijks leven hoogleraar Spaanse letterkunde en cultuur en al heel lang groot liefhebber van de muziek van de Earring) om het verhaal te vertellen aan de hand van 50 liedjes maakt het een weer eens andere benadering en zorgt er voor om een aantal nummers weer eens op de platenspeler te leggen. Maarten mag dan wel fan zijn (hij heeft de band al meer dan 50 keer gezien), hij laat niet na hier en daar ook kritisch naar de verschillende periodes te kijken. Er is een flinke hoeveelheid research in het boek gaan zitten en dat merk je. Ook is er uitgebreid gesproken met Rinus Gerritsen, maar ook de andere leden van de band hebben hun medewerking verleend.
Hoewel mijn platenkast eigenlijk alleen materiaal uit de periode 1965-1975 van de groep bevat heb ik het boek met veel genoegen gelezen. Het geeft inzicht in de teksten en hoe de songs zijn ontstaan terwijl je de geschiedenis volgt en dat blijft boeiend. De Earring is een instituut waar je niet om heen kan.
Uitgeverij Nieuw Amsterdam ISBN 9789046822524
(18 juli 2017)

THE BEATLES

Met alle aandacht voor de nieuwe uitgave van Sgt. Pepper’s lonely hearts club band, 50 jaar na het eerste verschijnen, vond uitgeverij Nieuw Amsterdam een goede aanleiding om een tweede druk van The Beatles, de biografie van Bob Spitz uit te brengen. De eerste vertaling van dit oorspronkelijk in 2005 in Amerika verschenen boek dateert uit 2006. In bijna 1000 pagina’s vertelt de auteur het verhaal van The Beatles, waarbij hij op sprekende wijze een optreden op 27 december 1960 in Litherland als het moment beschrijft dat de groep echt The Beatles zijn geworden. Zeven jaar van research, heel veel (650) interviews en reizen vormen de grondslag voor zijn versie van het verhaal van de fab four. Hij verbleef zes maanden in Liverpool om zich zo veel mogelijk in de lokale situatie in te leven. Zoals alle Beatles boeken is ook dit niet de definitieve versie van het verhaal. Er is aandacht voor de vrouwen van de Beatles, waarbij Cynthia Lennon er een stuk sympathieker van af komt dan Yoko Ono. Door de research van Albert Goldman (auteur van The lives of John Lennon) te gebruiken komt John er hier niet echt positief uit. Ook bijvoorbeeld Bill Harry van het blad Merseybeat was beschikbaar voor een uitgebreide raadpleging, en Bob heeft ook met Paul McCartney en George Harrison gesproken. De rollen van Brian Epstein, Stu Sutcliffe en George Martin krijgen terechte aandacht. Beatles experts hebben uiteraard ook in dit boek wel weer aantoonbare fouten ontdekt. Zoals gezegd, een definitief boek is het niet, maar desondanks kan je het met plezier lezen.
Het verhaal blijft fascinerend en er staat ook voor de Beatles liefhebber genoeg leuke nieuwe inzichten in.
Er is een uitgebreide bronvermelding en index.
Uitgeverij Nieuw Amsterdam ISBN 9789046821916
(3 juli 2017)

ROLLING STONES

Alweer een boek over The Rolling Stones, je zou zeggen dat alles onderhand wel geschreven is. Toch voegt De zon en de maan en de Rolling Stones wat toe aan die berg boeken die er al is.
Het boek is geschreven door Rich Cohen, die onlangs nog meeschreef aan de tv serie Vinyl, geproduceerd door Mick Jagger. De titel komt uit een observatie van Keith Richards, die constateert dat Cohen geboren is in 1966:  “What’s it like to live in a world where the Stones were always there? For you, there’s always been the sun and the moon and the Rolling Stones.”
Cohen was al jong fan, hij hoorde de muziek uit de kamer van zijn oudere broer, en toen hij in 1994 de kans kreeg om op tournee met de Stones te gaan voor een artikel in Rolling Stone magazine was dit voor hem als fan een unieke kans het wereldje van binnen uit te volgen. Door dat Charlie Watts hem aardig vond kreeg hij al snel vrijwel “access all areas”. Naast zijn avonturen met de band behandelt hij nauwkeurig de historie en door uitgebreide research (hij vermeld achterin het boek keurig alle geraadpleegde bronnen) en maar liefst 71 interviews met veel betrokkenen komen we zo  toch nog iets nieuws te weten. Ook staat hij niet kritiekloos ten opzichte van de band, zeker over de latere periode steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Some girls vind hij het laatste belangrijke album. Het boek is zodanig een geslaagde mix van biografie, persoonlijke herinneringen en een kijkje achter de schermen. Je hoeft niet persé een fan te zijn om van dit boek te genieten. Aanbevolen.
Uitgeverij Het Spectrum ISBN 9789000336555
(26 februari 2017)

TAMARA WOESTENBURG

Dat het in de huidige muziekscene niet altijd makkelijk is om een goed product aan de man te brengen blijkt uit het feit dat het album The Colony van Tamara Woestenburg, want daar ga ik het hier even met jullie over hebben, drie jaar op de plank heeft gelegen. Pas eind 2016 na een crowdfunding aktie verscheen de plaat in eigen beheer op lp, compleet met mooie hoes van ontwerper Auke Triesschijn.
Een songcyclus over New York, zo zou je het kunnen noemen, want de plaat kent een sterke samenhang, soms voel je je letterlijk in de Big Apple, zoals in NYC Subway, maar overal waart de geest van deze stad rond. Een korte reis in 2012 naar NYC inspireerde deze Rotterdamse zangeres tot het schrijven van de songs, een tweede geplande trip in 2013, waarbij zij opnamen zou gaan maken met producer Kramer (de slowcore master en producer van de Pulp fiction soundtrack), eindigde met een dag gevangenis en het terugsturen naar Nederland in verband met het ontbreken van de benodigde vergunningen voor optredens.
Kramer bleef echter geÏnteresseerd en kwam naar Rotterdam waar ze samen het album opnamen.
In een interview met Mark Ritsema van Popunie zei ze over het opname proces:
“Bij het opnemen heb ik geen enkele concessie gedaan. De enige door wie ik mij af en toe heb laten leiden is Kramer. We hebben soms ook gevochten, maar hij is de enige die invloed heeft gehad op de plaat. Ik wil ook niet dat mensen zich er achteraf nog mee bemoeien. Dan zou ik net zo goed met The Voice Of Holland mee kunnen doen. Ik ga er toch niet rijk van worden dus dan kan ik er beter van maken wat ik zelf zou willen horen.”
Gelukkig is de plaat die ze zelf zou willen horen nu voor iedereen beschikbaar, een volwaardige debuutplaat, zeer de moeite waard en ook na een aantal draaibeurten nog intrigerend genoeg om er voorlopig niet klaar mee te zijn.
Ik zet hem nog maar eens op.
(3 januari 2017)

TERUGBLIK OP 2016

MIJN TOP 10 VINYL 2016
1             Marlon Williams -Marlon Williams
2             David Bowie –Blackstar
3             Sturgill Simpson -A sailor’s guide to earth
4             Villagers -Where have you been all my life?
5             Car Seat Headrest -Teens of denial
6             The Jayhawks -Paging Mr Proust
7             The Low Anthem –Eyeland
8             The Brian Jonestown Massacre –Third world pyramid
9             Parquet Courts -Human performance
10           Shearwater -Jet plane and oxbow
Hoewel mijn muzikale jaar veel rondom David Bowie draaide, ging mijn nummer 1 positie over 2016 toch naar het nieuwe talent Marlon Williams. Marlon komt uit Nieuw Zeeland en zijn debuutplaat kent de nodige folk en country invloeden. Het derde nummer van de plaat, Dark child, is meteen mijn song van het jaar, maar de hele plaat heeft dit jaar mij het meeste draaiplezier bezorgd. Dan Bowie, toen ik de eerste keer het Blackstar album hoorde vond ik het al heel bijzonder, na zijn overlijden kreeg de plaat nog een hele extra lading. Een waardig afscheid. Op drie nog een plaat met de nodige country invloeden, A sailor’s guide to earth, van Sturgill Simpson. Het was mijn eerste kennismaking met deze artiest, die met deze voor zijn pasgeboren zoontje geschreven song cyclus een krachtige proeve van bekwaamheid aflegt, inclusief gewaagde cover van Nirvana’s In bloom. Ik heb zijn vorige plaat ook maar aangeschaft. De plaat van Villagers bevat op een cover na eigenlijk geen nieuwe nummers, maar zijn met de live band wel opnieuw op de band gezet, waardoor een mooi geheel ontstaat, en Conor kan bij mij sinds zijn debuutplaat zowiezo weinig kwaad doen. Will Toledo, alias Car Seat Headrest maakte met Teens of denial misschien wel de ultieme indie plaat van dit jaar. The Jayhawks onder leiding van Gary Louris blijven fraaie popmuziek maken en na vier jaar verscheen er ook een nieuw album van The Low Anthem, waarbij het experiment niet geschuwd werd. Third world pyramid is maar liefst het vijftiende album van The Brian Jonestown Massacre, en de eerste die tot mij is doorgedrongen. Heb zo te horen nog veel in te halen. Parquet Courts blijven productief en deze laatste is vooral een mix van al hun voorgaande platen, op 10 tenslotte Shearwater, die ook met deze plaat mij niet teleur stelden.
Op het gebied van heruitgaven was er in 2016 ook weer genoeg te beleven: box sets van David Bowie (at the Beeb & Reality tour) en  Led Zeppelin Complete BBC Sessions,Deluxe editions van Emmylou Harris Wrecking ball,  The Kinks Everybody’s in showbiz en last but not least The Who Live at Leeds, alle drie nu uitgebreid tot een 3lp set, waarbij de uitgebreide Live at Leeds eindelijk het gehele concert in de juiste volgorde bevat inclusief de complete Tommy. Jack White liet van zich horen met The White Stripes –Complete John Peel sessions en Acoustic recordings 1998-2016.
Benieuwd wat 2017 gaat brengen!
(30 december 2016)

PHIL COLLINS
phil-collins
Phil Collins is vooral in mijn Platenkast aanwezig als drummer en later zanger van Genesis. Ik heb de platen echter slechts uit de jaren zeventig, de latere Genesis jaren en veel van zijn solowerk vind ik dan weer minder boeiend. Persoonlijk vind ik Peter Gabriel als muzikant interessanter. Toch was ik zeker nieuwsgierig naar Not dead yet, zijn pas verschenen autobiografie. Al in de jaren zestig was Phil actief rondom London als acteur en muzikant en ik kende hem ook als drummer van Flaming Youth, (een schepping van de producers Howard en Blaikley,  o.a. The Honeycombs, Dave Dee Dozy Beaky Mick and Tich en The Herd) die slechts 1 lp uitbrachten, Ark 2, en met Guide me Orion bijna een hit hadden. Erg vermakelijk is zijn verhaal over de sessies van All things must pass van George Harrison, waar hij als 19 jarige onbekend slagwerker een avond werd ingehuurd.  Er is al eerder een Beatles connectie als hij als 11 jarige figurant meedoet in A hard day’s night. Zijn auditie bij Genesis en zijn rol in de Peter Gabriel jaren zijn interessant leesvoer. Na The lamb lies down on Broadway was het onvermijdelijk dat Gabriel solo ging, maar het was niet vanzelfsprekend dat de drummer de rol van frontman op zich zou nemen, er zijn zelfs uitgebreide audities voor een nieuwe zanger. Zijn solo carriere start vanuit een aantal zeer persoonlijke nummers na zijn eerste scheiding en leidt met In the air tonight meteen tot een enorm succes. Het boek is met de nodige humor en zelf relativering geschreven en je ziet in zijn omschrijving van andere muzikanten dat hij deze vaak als fan benaderd. Zijn persoonlijke leven inclusief kinderen, drie echtgenotes, scheidingen en drank verslaving komt uitgebreid aan de orde. Dat hij voor zijn minder gelukkige privé leven vaak de schuld bij zich zelf zocht heeft misschien wel geleid tot een pad naar beneden, maar hij is met een op handen zijnde nieuwe tournee en dit boek na een soort vervroegd pensioen nu weer uit het dal gekropen. Misschien is de tijd wel rijp voor een herwaardering voor deze muzikant en producer. Wat u hier leest, is mijn leven zoals dat is gezien door mijn ogen. Zo begint het boek en zo heb ik het ook ervaren, een boeiend inkijkje in het leven Phil Collins.
Uitgeverij Het Spectrum ISBN 9789000350414
(2 november 2016)

THE GOLDEN YEARS OF DUTCH POP MUSIC
golden-years
Zo tegen het einde van het jaar verschijnen er altijd veel boeken die het goed als kado doen. Een van de uitgaven die vast in die categorie dit jaar hoge ogen gooit is The Golden Years of Dutch Pop Music van Robert Haagsma, voor mij vooral de schrijver van twee boeken over de vinyl cultuur, waarvan Vinyl fanaten al in 2006 verscheen, dus ver voor de huidige hype. Robert schreef al veel meer boeken, o.a. over Pink Floyd, Rob de Nijs en Golden Earring en is daarnaast muziekjournalist. In dit boek wordt in 28 hoofdstukken aandacht geschonken aan de belangrijkste Nederlandse groepen (Golden Earring, Livin Blues, Alquin, Bintangs, Shocking Blue en Cuby and the Blizzards, om er maar een paar te noemen) uit de jaren zestig en zeventig, maar ook is er aandacht voor Radio Veronica, cult singles, essentiële albums, festivals etc. Aangezien er per groep ongeveer acht pagina’s beschikbaar is kan er niet altijd heel diep op de geschiedenis worden ingegaan, maar door de vele recente interviews die er in verwerkt zijn geeft het toch een leuke inkijk in die voor de popmuziek zo belangrijke jaren. Het voorwoord is van Dave von Raven. Veel van de afbeeldingen zijn afkomstig van Museum Rockart uit Hoek van Holland. Van de afgebeelde singles-hoesjes op de voorkant van het boek bevinden zich er toch zeker drie kwart van in mijn platen collectie. Een aangenaam lees- en kijkboek (en er is ook nog een cd bijgesloten met 18 hits).
Uitgeverij Het Spectrum ISBN 9789000350087
(22 oktober 2016)

BRUCE SPRINGSTEEN
bruce-born-to-run

Writing about yourself is a funny business…But in a project like this, the writer has made one promise, to show the reader his mind. In these pages, I’ve tried to do this.
Een metertje platen van Bruce Springsteen staan er wel in mijn platenkast en ook de nodige boeken, dus je mag mij gerust een fan noemen. Reden genoeg om reikhalzend uit te kijken naar de autobiografie, waar Bruce de afgelopen zeven jaar aan gewerkt heeft en die onlangs onder de titel Born to run ook in Nederlandse vertaling uitkwam. Van zijn katholieke Italiaans/Ierse roots, opgroeiend in Freehold, zijn schooltijd en zijn eerste begin als muzikant lezen we nu hoe hij op zijn leven tot nu toe terug kijkt in zijn eigen woorden en dat stelt niet teleur. Ook zijn persoonlijke demonen gaat hij niet uit de weg, zijn aanleg voor depressiviteit was tot nu toe niet echt bekend, maar hij vertelt er openhartig over in dit boek. Een andere leidraad in zijn leven is de moeilijke band met zijn vader en het zoeken naar een vervangend vaderfiguur.
Zoals hij over alles in zijn leven zorgvuldig nadenkt, zo beschouwd hij hier ook zijn carriere. Zijn taalgebruik is soms breedsprakig, iets wat zeker in zijn vroege songs prominent aanwezig was. Anderzijds zijn de verschillende hoofdstukken kort en bondig dus leest het makkelijk weg. Dat hij in control over zijn loopbaan wilde zijn heeft hem niet voor niets The Boss gemaakt. Zoals vaak in dit soort boeken komen de latere jaren er bekaaider van af dan de beginperiode. Van de ruim 500 pagina’s ben je al op de helft als we in 1975 zijn aangeland. Daardoor wordt er over de volgende veertig jaar soms selectief gewinkeld in zijn herinneringen. Toch kunnen we het boek gerust dapper noemen en voegt het, zeker voor de Springsteen liefhebber, genoeg toe om het aan te schaffen, te lezen en in de kast te hebben.
Uitgeverij Spectrum ISBN 9789077330326
(9 oktober 2016)

THE PINK DIAMOND REVUE
pink diamond
Aandacht voor een nieuw geluid: The Pink Diamond Revue. Al her en der bekend als live-act is deze 2 mans groep, afkomstig uit Reading, (Tim Lane, gitaar en Robert Courtman Stock, drums) bezig in het electro-psych-twang genre (zoals ze het zelf omschrijven). Ze hebben geen zanger, maar begeleiden samples uit vooral de jaren 50 en 60, vaak afkomstig uit B-films die op het podium ook op de achtergrond worden vertoond, gecombineerd met eigen filmmateriaal. Voor op het podium is dan Acid Dol te vinden, een modepop als mascotte. Hun eerste 12 inch single is vers van de pers. Het twang geluid is duidelijk beinvloed door Duane Eddy en de combinatie met de gesproken samples is ronduit intrigerend.
(16 juni 2016)

DIE HEB IK VROEGER GRIJS GEDRAAID
grijsgedraaid
De ondertitel van dit boek is “Muziek in de jaren vijftig en zestig” en behandelt precies datgene. Het is geen diepgravende geschiedschrijving, maar in compacte en prettig leesbare stukjes worden veel aspecten uit de betreffende jaren behandeld. Voor alle lezers die deze periode bewust hebben meegemaakt een feest der herkenning, vooral door het fraaie beeldmateriaal, voornamelijk uit de collectie van Museum RockArt uit Hoek van Holland.
Honderden afbeeldingen van muziekbladen, affiches, platenhoezen, instrumenten, promotiefoto´s en nog veel meer maken het tot een zeer aangenaam boek om ook gewoon eens door te bladeren. Uitgangspunt is hoe er in Nederland en België tegen de opkomende jeugdcultuur werd aangekeken en zo even een halve eeuw terug in de tijd te gaan. Dat dit boek van Jack Botermans en Wim van Grinsven in een flinke behoefte voorziet, blijkt wel uit het feit dat onlangs de vijfde druk verscheen. Een fijn boek om jezelf of iemand anders kado te doen.
Uitgeverij Terra, ISBN 978 90 8989 692 6
(12 juni 2016)

MARLON WILLIAMS
marlon
Marlon Williams werd geboren in Christchurch (Nieuw Zeeland) en is nu 25 jaar. Al jong werd hij beinvloed door de muziek van Gram Parsons. Enige tijd lagen zijn ambities in het zingen van opera, maar de donkere country won het. Toen hij 17 was begon hij de band The Unfaithful ways, waar hij een jaar of vijf mee optrad en ook een album opnam.
In 2011 vormde hij een duo met countryzanger Delaney Davidson, waar hij ook een succesvol album mee opnam. In 2013 verhuisde hij naar Melbourne, Australië, waar hij solo ging optreden. Zijn solodebuut verscheen in april 2015 in Australië en Nieuw Zeeland. Sinds februari dit jaar is er ook een internationale release verschenen op het Dead Oceans label, zodat wij nu ook van deze prachtplaat kunnen genieten. De plaat heeft de nodige folk en country-invloeden en als luisteraar wordt je zeker door het eerste nummer op het verkeerde been gezet, daar het onvervalste bluegrass uptempo country is. Vanaf het derde nummer Dark child maakt de plaat een wending naar meer ingetogen sferen uit vooral de alt-country hoek. Voor liefhebbers van stemmen als Roy Orbison, Chris Isaak of Jeff Buckley valt hier veel te genieten. We gaan hopelijk nog veel van Marlon horen.
(30 maart 2016)

AGUAVIVA
aguaviva
In mijn platenkast staan niet erg veel platen uit Spanje. Al sinds 1974 de 2lp van Canarios, maar die is instrumentaal (en waarschijnlijk door Superclean dreammachine bij mij geintroduceerd) en verder een aantal hitsingles van Los Bravos uit de sixties. Wel ken ik sinds 1971 de twee singles van Aguaviva, Poetas anduleces en Me queda la palabra en die vind ik nog steeds erg mooi. Nu liep ik deze week per ongeluk tegen de tweede lp van Aguaviva uit 1971 aan: Apocalipsis, en die kon ik niet laten staan. Een indrukwekkende combinatie van voorgedragen Spaanse gedichten, meestal met de stem van José Antonio Muñoz, en folkachtige zang met af en toe wat instrumentale uitschieters door al zijn collega’s. José (student literatuur) stond aan de basis van de groep samen met de zanger Manolo Diaz. Hun ideaal was om zorgvuldig uitgekozen klassieke Spaanse gedichten om te zetten naar muziek. De eerste lp (met Poetas Andaluces, een gedicht van Rafael Alberti Cadiz, geschreven in 1950) schijnt een soortgelijke combinatie te vormen. Heel veel aandacht ging naar de teksten in die moeilijke periode van de Spaanse geschiedenis, waarbij het spitsroeden lopen was. Ze werden door het regime niet echt met enthousiasme ontvangen en gingen dus maar meedoen aan buitenlandse festivals zoals die in Cannes en San Remo. Ze reisden door heel Europa per bus, waarbij de samenstelling van de groep nogal eens wisselde. Hun albums verschenen o.a. in Frankrijk, Italië, Nederland, Duitsland, Portugal en zelfs in Angola, een land waar zij werden uitgenodigd om een paar uur te zingen voor het uitbreken van de oorlog die zou leiden tot onafhankelijkheid.
(10 januari 2016)

TERUGBLIK OP 2015
father john

MIJN TOP 10 VINYL 2015
1. Father John Misty -I love you honeybear
2. Yorick van Norden -Happy hunting ground
3. John Grant -Grey tickles, black pressure
4. Neil Young + Promise of the real -The Mansanto years
5. Villagers -Darling arithmetic
6. Blur -Magic whip
7. Muse -Drones
8. Slaves -Are you satisfied?
9. De Kliko’s
10. Circa Waves -Young chasers
Ook in 2015 verscheen er genoeg mooie nieuwe muziek, zo dat het weer lastig was mijn lijstje tot een top 10 te beperken. Net niet in de bovenste tien o.a. de platen van F.F.S., The Vaccines en Sonny Landreth. Plaat van het jaar is wat mij betreft I love you honeybear van Father John Misty. De lp verscheen in februari en is de tweede van Josh Tillman, die hij onder deze naam uit brengt. De plaat ziet hij als een soort concept album over hem zelf en over de relatie met zijn vrouw. De teksten zijn heel persoonlijk en soms ook ironisch of sarcastisch.
Everything is doomed
And nothing will be spared
But I love you, honeybear
Zijn vorige plaat Fear fun uit 2012 was mij ontgaan, maar is inmiddels ook aan de Platenkast toegevoegd. De liedjes op Honeybear zijn prachtig gearrangeerd maar blijven ook akoestisch overeind, zo bewijst Josh op de limited edition (500 exemplaren) plaat Live at Rough Trade.
Op twee Happy hunting ground van Yorick van Norden. Zijn eerste album onder eigen naam is een aaneenschakeling van fraaie popsongs met invloeden uit mijn favoriete periode van de popmuziek. Lees mijn recensie over deze plaat hieronder nog maar eens. Op drie de derde soloplaat van John Grant. Zijn debuut was mijn favoriete 2010 schijf en ook deze stelt niet teleur. Iedere beluistering geeft weer nieuwe geheimen prijs. Neil Young blijft ook op zijn 36e studio album strijdvaardig, dit keer vooral tegen de voedsel manipulatie van multinational Monsanto, maar ook tegen Starbucks. Zijn woede is bijna voelbaar. Hij laat zich bijstaan door The Promise of the real (met de zonen van Willie Nelson) die zich vooral in Crazy Horse stijl laten horen en gelukkig komt zijn Rebel Content tour het komend jaar ook naar Nederland. Conor O’Brien is onder de naam Villagers ook aan zijn derde album toe en wat klinkt deze Ier ook nu weer ontroerend op deze toch vooral akoestische en solo opgenomen plaat. Op hun eerste studio-album sinds 2003 klinkt Blur verrassend fris en deze come-back stelde niet teleur. Muse schuwt het grote gebaar nooit en ook met Drones pakken ze flink uit en aan mij is dat meestal wel besteed. De laatst drie plekken van de top tien zijn voor de betere nieuwe gitaarbandjes. Slaves maakten voor mij de leukste single van dit jaar (Sockets) en de debuut plaat van deze Britse twee-mans formatie is voor 2015 wat die van Royal Blood in 2014 was. Met De Kliko’s maakte ik kennis met een verrassend geluid uit Haarlem. Hun Nederlandstalige rock heb ik hier eerder vergeleken als een kruising tussen ZZ & de Maskers en de Parquet Courts. Lees verder op deze pagina nog maar eens de bespreking. Op tien nog een debuutplaat en wel die van Circa Waves met de zomerse radio-hit T-Shirt Weather.
Mooie uitgaven met muziek van voor 2015 waren er ook het afgelopen jaar weer voldoende. Mijn top vijf:
1. Neil Young -Blue note café (box met vier lp’s uit zijn Bluenotes tijd met veel blazers en onuitgebracht werk)
2. Roger Waters -Amused to death (heruitgave in een nieuwe mix en hoes)
3. Rolling Stones -Sticky fingers (heruitgave als dubbel-lp met outtakes en live opnamen)
4. The Zombies – The BBC Sessions (dubbel-album, verschenen in Amerika met Black Friday)
5. The White Stripes -Get behind me satan (eindelijk op vinyl met Record Store Day)
Live viel er dit jaar ook weer genoeg te genieten van grootschalig (Foo Fighters in Ziggo Dome) tot kleinschalig (The Handsome Family in Ekko) en van alles er tussen in zoals het (naar later bleek) definitieve afscheid van Armand en ook (voorlopig?) van Gaslight Anthem, de ontroering bij Villagers, de blues van Ian Siegal en de gitaren bij Against me!, Circa Waves en de Kliko’s. Op naar 2016 met o.a. de debuut lp van Sundara Karma!
(30 december 2015)

ELVIS COSTELLO
costello
Elvis Costello is met 25 verschillende lp’s ruim vertegenwoordigd in mijn platenkast. Het mag dan ook duidelijk zijn dat ik zijn autobiografie Trouweloze muziek & Verdwijnende Inkt met meer dan normale belangstelling heb gelezen. Het is een flinke pil geworden van ruim 600 bladzijden en niet zoals veel (auto) biografiën chronologisch, maar Elvis laat zijn herinneringen vaak van de een in de ander overlopen en overbrugt soms tientallen jaren tussen de verschillende hoofdstukken, 36 in totaal, die overigens allemaal een songtitel of tekstfragment mee krijgen. Zijn band met vader Ross MacManus, zanger bij het Joe Loss Orchestra, komt uiteraard ook uitgebreid aan de orde. De singles die zijn vader meenam om songmateriaal te kiezen zouden een belangrijk begin vormen van zijn muzikale belangstelling.
Het mooist kan hij vertellen over zijn favoriete muzikanten en voor mij verrassend dat hij net als ik zwaar onder de indruk was van Neil Young’s tweede solo album Everybody knows this is nowhere. Over Neil Young zegt hij het volgende: “Dit is de les die ik op die dag heb geleerd: als er een verwachtingspatroon is, probeer dat dan altijd te doorbreken.” En net als Neil Young is Elvis nooit te beroerd om geheel verschillende genres op te nemen of verrassende samenwerkingen aan te gaan. Naast zijn bewondering voor bijvoorbeeld Bob Dylan of Van Morrison haalt hij ook sommige muzikanten genadeloos onderuit zoals Willy DeVille en Wreckless Eric. Hij steekt zijn mening zeker niet onder stoelen of banken. Ook zijn soms verrassende herinneringen aan details zoals zijn Top Pop optreden, waarbij hij met Nile Rogers achter een palmboom naar de Dolly Dots stond te kijken zijn heerlijk om te lezen.
De eerste keer dat ik Costello live zag was tijdens zijn eerste Europese tour in 1978. Het duo Suicide was het voorprogramma en zorgde voor een flink opgefokte sfeer onder het publiek. Tijdens de energieke set van Costello & the Attractions vlogen het bier (en de glazen) dan ook flink door de lucht. Over die tour schrijft hij: “Nederland was het eerste land buiten Engeland geweest waar men interesse in me had. We werden geboekt voor vijf optredens in Nederland en maar voor één in België en één in Frankrijk, terwijl het eerste concert in Berlijn werd afgezegd vanwege de tegenvallende kaartverkoop.” Het boek kan ik dan ook aanbevelen aan iedereen die de muziek van Elvis Costello een warm hart toedraagt. Het geeft een openhartige inkijk in zijn leven als artiest, maar ook als muziekfan, en de achtergrond van veel van zijn songs. Ik zet maar weer eens een van zijn platen op.
VIP BOEKEN/A.W. BRUNA UITGEVERS  ISBN 978 94 005 0664 0
(21 december 2015)

BRUCE BHERMAN
bherman

De in Gent woonachtige Bruce Elliott (hij is half Vlaams, half Brits) bracht als Bruce Bherman sinds 1999 al heel wat muziek uit. Toch is hij zeker in Nederland nog niet echt een bekende naam en ook bij mij was zijn muziek tot nu toe niet door gedrongen. Onlangs werd aan zijn catalogus een achtste titel toegevoegd: Chameleon. Volgens zeggen kwam deze productie vrij snel en impulsief tot stand, maar de liedjes zijn sterk en mooi gearrangeerd. De plaat is verdeeld in een elektrische en een akoestische kant. Als begeleiders zijn hier niet de minste muzikanten aangetrokken uit de hoek van o.a. Admiral Freebee en Isbells, maar een sterrol is zeker ook weggelegd voor de uit Ierland afkomstige zangeres Leni Morrison. De stem van Bruce doet soms aan Lambchop denken, maar door de duet opstelling komt het geluid voor mij dicht bij de platen die Isobel Campbell samen met Mark Lanegan maakte, of die mix van de stemmen van Angus en Julia Stone. Een fraaie duet-combinatie dus van een helder (goldenvoiced vermeld de hoes) en een rauw stemgeluid. Een drietal nummers over Money, maar steeds heel anders klinkend maken de titel Chameleon van deze plaat tot een juiste. De lp verscheen op AKR records en een cd is gratis bijgesloten. Bruce verdient zeker een breder publiek dus probeer deze Chameleon eens.
(10 december 2015)

YORICK VAN NORDEN
yorick
Onlangs mocht ik Yorick van Norden ontmoeten bij een instore optreden in Velvet Amersfoort. In oktober verscheen op Excelsior records zijn eerste soloplaat Happy Hunting ground (de titel verwijst naar de eeuwige jachtvelden). Tot twee jaar geleden speelde hij met twee middelbare schoolvrienden in The Hype, de band maakte één album maar ondanks een radiohit viel de band in 2013 uit elkaar. Yorick heeft een flinke platen- en cd collectie, waar in de periode eind jaren zestig, begin jaren zeventig favoriet is. Referenties naar zijn invloeden zijn er genoeg op de platenhoes met o.a. buttons van Smile, The Kinks en I still love the Beatles. Best bijzonder voor iemand geboren in 1986. Hij vertelde bevlogen over recente aankopen op de platenbeurs in Utrecht van albums van Donovan en The Association. Die invloed van muziek uit die periode is zeker terug te vinden op het album. Het B-woord (Beatles) valt dan al snel met ballades zoals Paul McCartney die maakt en koortjes die zo uit I want you (she’s so heavy) lijken te komen. Ook andere voorbeelden komen langs zoals de gitaarsolo in Divide and rule, waar gitarist Maarten Kooijman (ex- Johan) zijn Neil Young passie volledig kan uitleven, zoals in de beste Crazy Horse nummers. Ook de muziek van Harry Nilsson is een invloed (hij sloot de instore af met een fraaie cover van Everybody’s talking). Ondanks al deze invloeden klinkt deze plaat nergens gedateerd. Het is een heerlijk palet van afwisselende pakkende popsongs vol mooie details en de lp heeft dan ook al veel rondjes op mijn platenspeler gemaakt. Wat mij betreft de start van een hopelijk voorspoedige solo-carriere, waarbij ik deze veelzijdige artiest in ieder geval met belangstelling zal blijven volgen.
(8 december 2015)

JOHNNY CASH:DE BIOGRAFIE
johnnycash

Johnny Cash is behoorlijk vertegenwoordigd in mijn platenkast, maar hoewel er al genoeg over hem geschreven is, ontbrak een biografie in mijn verzameling. Dat is nu opgelost met het verschijnen van Johnny Cash:De biografie van Robert Hilburn. De Engelse versie verscheen al in december 2013 maar er is nu een Nederlandse vertaling op de markt, die in ruim 700 pagina’s het leven met alle ups and downs van deze markante artiest beschrijft. Auteur Robert Hilburn is al heel lang de muziekcriticus en redacteur van de Los Angeles Times. Als journalist was hij al aanwezig bij de opnamen van Live at Folsom Prison in 1968 en hij heeft Cash vele malen geïnterviewd tot vlak voor het overlijden van Johnny in 2003. Die vijfendertig jaar van contact geven dit boek een meerwaarde omdat ook zijn naaste vrienden en familie beschikbaar waren met informatie en zoon John Carter Cash overhandigde Robert ook nog persoonlijke correspondentie van Johnny. Ook de minder fraaie kanten van Johnny in een aantal moeilijke perioden van zijn leven komen uitgebreid aan bod en uiteraard zijn muzikale erfenis via de Sun, Columbia en American perioden. The man in black is een icoon van de Amerikaanse muziek.
Twee citaten nog van de achterkant van het boek:
dochter Rosanne Cash:”Een complete biografie van mijn vader. Het is verschrikkelijk eerlijk en grondig onderzocht.”
Bono:”Elke man is een watje vergeleken met Johnny Cash. Hij was een buitengewoon en gewoon man. Iedereen kon zich met hem identificeren, niemand kon hem zijn en alleen één iemand kon hem begrijpen en dat is Robert Hilburn”.
Het lijkt me overbodig na deze woorden nog een aanbeveling toe te voegen. Als je de muziek van Johnny in de platenkast hebt is het lezen van dit boek een must.
Uitgeverij Spectrum ISBN 9789000347261
(16 september 2015)

DE KLIKO’S
klikos

De missing link tussen ZZ en de Maskers (1963) en de Parquet Courts (anno nu), kan dat?
Wat mij betreft wel en het resultaat is de debuutplaat van de Kliko’s. Deze garageband uit Haarlem heeft zijn roots stevig in de Nederlandstalige beatmuziek uit de jaren zestig met genoeg eigentijdse elementen om het niet alleen nostalgisch te maken. Luister maar eens naar De fik er in of Zoals je bent (een keiharde kloteballad). De plaat bevat ook nog een cover van Troggs b-kantje I want you (Ik wil je). De drie heren overtuigen ook live. Goed dat er naast de Kik, die hun roots toch vooral in de engelse Merseybeat hebben, nu ook een band is die de traditie van ZZ, Het en Ronnie en de Ronnies wil voortzetten. De plaat is uit op het Geertruida label.
(25 juni 2015)

EEN EEUW POPMUZIEK
Layout 1

Gert Keunen heeft een eeuw popmuziek gebundeld in een boek van maar liefst 600 pagina’s. “Er is dan ook veel te vertellen over popmuziek, als je dieper ingaat op de hedendaagse popmuziek, dan merk je dat de popmuziek van nu gelinkt kan worden aan muziekgenres die 100 jaar geleden al ‘in’ waren”, vertelt Gert Keunen in een interview. Om de geschiedenis van de popmuziek goed te kunnen bekijken is enige afstand zeker nodig. Pas nu kunnen we bekijken wat de belangrijke stromingen in de afgelopen decennia waren, in het heden is dat een stuk lastiger. Je moet in dit boek dan ook niet zoeken naar de individuele geschiedenis van artiesten of groepen, daar zijn boeken genoeg over, maar over de muzikant als bron van muzikale vernieuwing. Ik kan me dan ook goed vinden in het volgende citaat:
“The Rolling Stones waren heel bepalend voor de rockmuziek van de jaren 60, maar wat ze tegenwoordig nog presteren is in het licht van dit boek minder relevant. Een eeuw popmuziek focust op genres en tijdsperiodes waar de vernieuwing zich op dat moment afspeelt.”
Het zijn met name de behandeling van juist die stromen, waar ik minder van af weet (elektronische dansmuziek bijvoorbeeld), die interesse kunnen opwekken naar weer nieuwe muzikale ontdekkingstochten. Het is dan ook typisch een boek voor nieuwsgierige lezers. De behandeling van die stromingen, die ik wel goed ken, zoals rock, geeft voldoende vertrouwen om ook van de voor mij minder bekende muzieksoorten een objectief oordeel te verwachten. Bij het boek is nog een uitneembare kaart te vinden, waarop een poging om de hele geschiedenis van de popmuziek schematisch samen te vatten. Zes hoofdstromen zijn er te vinden: Populaire lied, Rock, Metal, Elektronische dansmuziek, Hiphop en Reggae, en daarboven vind je alle mogelijke substromingen, waarvan vele voor mij nieuw zijn, maar ook veel bekend zoals postrock, ambient en grunge.
Gert die muziekgeschiedenis en muziekindustrie doceert in Tilburg, Hasselt, Brussel en het Gentse Conservatorium, schreef zijn doctoraat over de werking van de popindustrie. “In mijn boek ging ik op zoek naar de bronnen van de popmuziek en welke genres en stijlen daaruit zijn voortgekomen”, vertelt Gert. “In mijn boek toon ik hoe er een rode draad door de popgeschiedenis loopt. Neem bijvoorbeeld Elvis Presley, die gezien wordt als de grondlegger van de popmuziek. Zijn muziek is schatplichtig aan de zwarte rhytm & blues. Elke generatie heeft zijn popvoorkeur, maar elk muziekgenre van honderd jaar geleden, werd al wel eens herkauwd of in een nieuw jasje gestopt om te passen met de generatie.”
Een aanrader voor iedereen met een brede muzikale belangstelling voor westerse popmuziek in de breedste zin van het woord. Zoals de ondertitel van het boek al aangeeft: van crooners tot dubstep.
Uitgeverij Lannoo -ISBN 978 94 014 2464 6
(12 mei 2015)

LEONARD COHEN
leonardcohen
Francis Mus (1983) is  literatuurwetenschapper en interesseert zich vooral in de Franse literatuur, zowel binnen als buiten Frankrijk (Canada, België). Na zijn doctoraat (2010) werkte hij aan de Université Lille 3 en verrichtte onderzoek in Montreal en Toronto. Momenteel is hij als doctor-assistent verbonden aan de KU Leuven. Onlangs verscheen zijn boek De demonen van Leonard Cohen bij Uitgeverij Lannoo. Wie is Leonard Cohen is de centrale vraag in dit boek. De zoektocht is opgebouwd rond zeven thema’s: Imago, Kunstenaarschap, Vervreemding, Religie, Macht, Verlangen en Verlies en Ontmoeting. Een uitgebreide bijlage met gedichten en songteksten maakt het boek compleet.
Het boek is zeker geen biografie, daar zijn er al talrijke van, maar een zorgvuldige analyse van niet alleen het muzikale, maar ook het literaire en grafische werk van Leonard, die inmiddels 80 jaar is geworden, en zeker de laatste jaren weer een enorme populariteit geniet. Van 2008 tot en met 2013 gaf hij maar liefst 470 concerten in 31 landen. Dat Leonard voor zijn debuutalbum uit 1967 al zes boeken had geschreven en al in 1956 zijn debuut als dichter heeft gemaakt zal bij volgers van zijn muzikale werk niet altijd bekend zijn.
De meeste van zijn platen zijn in mijn Platenkast aanwezig en na het lezen van dit boek beluister ik ze toch weer van uit een ander perspectief. Ook naar de platenhoezen kijk ik inmiddels anders na het lezen van het hoofdstuk Imago. Dat is dan toch zeker de verdienste van dit boek.  (ISBN 9789401422727)
(17 maart 2015)

SNOWAPPLE
snowapple
21 maart 2013 was de dag dat de dames van Snowapple in mijn leven verschenen. Die dag kwam hun debuutalbum op de markt en als promotie deden ze een aantal niet aangekondigde instores in verschillende platenzaken. Het was bitter koud die avond en ik was rond kwart over zes ‘s-avonds de enige klant in Velvet Amersfoort toen het trio met instrumenten de winkel binnen kwamen met het verzoek iets te mogen spelen en een promo-cd te mogen achterlaten. Even later speelden ze eerst Baby blue en het leek of de zon ging schijnen en toen Het kleine witte zeil volgde was ik verkocht. Prachtige (samen)zang. Helaas voor mij als vinyl liefhebber was het debuut alleen leverbaar op cd.
Later in 2013 volgde voor mij persoonlijk nog een heel bijzonder live optreden, wat ik niet snel zal vergeten.
We zijn nu in 2015 aangekomen en de tweede plaat van Snowapple is onlangs verschenen, getiteld Illusion, en gelukkig is er nu naast een cd ook een vinyl persing. De drie dames van Snowapple hebben een achtergrond in de jazz, opera en klassieke muziek en dat leidt tot een uniek geluid dat nauwelijks met andere artiesten te vergelijken valt. Als ik toch wat voorbeelden moet noemen kom ik uit bij The Staves of Katzenjammer omdat de muziek op folk geinspireerd is, maar toch een originele mix vertoont van folk, country, opera, cabaret, gypsy, chanson en vast nog meer. De mooie stemmen zijn het uitgangspunt, zowel solo als in samenzang, maar ook instrumentaal valt er veel te beleven. Het trio heeft inmiddels platencontracten bij een Brits en Amerikaans label en tourt ook regelmatig in het buitenland. Ik zag ze onlangs in Tivoli Utrecht, en een live optreden van Snowapple blijft een bijzondere ervaring.
‘I’ve been through the desert on a mule named Rock-‘n-roll’, horen we in het nummer California. Dit is dus een plaat die je meeneemt naar, zoals ze het zelf omschrijven, “een droomwereld geweven van illusies”. (I live in an illusion and it’s nice, so I’d like to stay) Wat mij betreft geslaagd.
(7 maart 2015)

TERUGBLIK OP 2014
strandofoaks
MIJN TOP 10 VINYL 2014
1 Strand of Oaks -Heal
2 Damien Rice -My favorite faded fantasy
3 The Orwells -Disgraceland
4 Foo Fighters -Sonic highways
5 The war on drugs -Lost in the dream
6 Sivert Hoyem -Endless love
7 Parquet Courts -Sunbathing animal
8 Robert Plant -lullaby and…The ceaseless roar
9 Alt-J  -This is all yours
10 Angus and Julia Stone -Angus and Julia Stone
Ook in 2014 verscheen er weer zo veel mooie muziek, dat het lastig was mijn lijstje tot een top 10 te beperken. Bubbling under  zijn dan ook o.a. de platen van Blaudzun, Elbow, Counting Crows, Royal Blood, Jack White, Lost in the trees, J.Mascis en Bruce Springsteen.
Plaat van het jaar is wat mij betreft Heal van Strand of Oaks. De man achter Strand of Oaks is Timothy Showalter, iemand die niet bepaald een rimpelloos bestaan heeft gekend de afgelopen jaren. Het overkoepelend thema van de plaat is het helende karakter van muziek bij alles wat je in het leven meemaakt. Muziek is soms in staat wonden te genezen. Lees mijn stukje over deze plaat hieronder (6 juli) nog maar eens. Ik heb de man inmiddels ook live mogen zien, een innemende persoonlijkheid. Rock on Gerard schreef hij op de lp, en dat doe ik dan ook maar.
Op twee het prachtige My favorite faded fantasy van Damien Rice, na acht jaar afwezigheid met zo’n plaat terugkomen is knap. Op drie The Orwells, 11 ear-splitting teenage anthems roept de sticker op de hoes en dat zegt het eigenlijk wel. Jong en energiek. Sonic highways van de Foo Fighters vond ik na 1 keer draaien wel leuk, maar dit is voor mij zo’n plaat die groeit met iedere luisterbeurt. Inmiddels is kant b mijn favoriet. The war on drugs is voor veel mensen de plaat van 2014 en ook in mijn top 10 ontbreekt hij niet. De stem van Madrugada Sivert Hoyem maakte een mooie plaat met Endless love en de rammelpunk van Parquet Courts spreekt mij (na vorig jaar de eerste plek in mijn top 10) met de opvolger van Light up gold nog steeds aan. Afrikaanse ritmes op de nieuwste Robert Plant, een muzikant die gewoon zijn eigen weg blijft gaan. Alt-J zong in drie nummers over het Japanse Nara, een plek op aarde waar ik dit jaar ook mocht vertoeven, misschien daarom wel een stukje van de soundtrack van 2014 en tot slot broer en zus Stone, na solo-avonturen nu weer een duo plaat, deze geproduceerd door Rick Rubin. Ook een mooi concert trouwens in de HMH.
Laat ik niet vergeten de mooiste terugblik die dit jaar uitkwam te noemen: The best of van The Czars, de vroegere groep van John Grant. Van hun albums is er maar 1 beperkt op vinyl verschenen, dus deze dubbel-lp is meer dan welkom, maar het wachten is op de heruitgave van de reguliere albums. Verder heb ik mij vermaakt met de 3lp uitgave van het debuut van Led Zeppelin (met een live concert op 2lps), de vinyl uitgave van Car wheels on a gravel road van Lucinda Williams en de Unplugged 1991-2001 platen van R.E.M.
Live viel er dit jaar ook weer genoeg te genieten van grootschalig (Pearl Jam in Ziggo Dome) tot kleinschalig (The Posies in Ekko) en van alles er tussen in zoals de nostalgie van Roger McGuinn en Tony Joe White, de jonge honden van Orwells en Circa Waves (hun debuutplaat komt volgend jaar), de reuinie van The Libertines, Jack White in de HMH, Blaudzun en de  afrikaanse klanken van Tamikrest.
Op naar 2015!
(27 december 2014)

THE RASPBERRIES
raspberries
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete nummers van The Raspberries.
Mijn bijdrage:
Vier lp’s in drie jaar maakten deze heren uit Cleveland, Ohio in de jaren 1972-1974. Ontstaan in 1970 uit diverse andere lokale groepen bestond de groep op de eerste drie platen uit Eric Carmen, Wally Bryson, Jim Bonfanti en Dave Smalley. Deze laatste twee zijn op plaat vier Starting over vervangen door Scott McCarl en Michael McBride.
Als er één groep het etiket powerpop verdient dan is het wel de Raspberries. Invloeden van Britse jaren 60 groepen als The Beatles, The Who en The Small Faces zijn overduidelijk aanwezig, maar door de sterke eigen composities heeft de groep toch een heel eigen geluid. Kortom: de hele British invasion samengevat in één groep.
Mijn top 5:
1. Don’t want to say goodbye
2. Overnight sensation
3. Tonight
4. Go all the way
5. I don’t know what I want
Ik ontdekte de groep in 1972 vanwege de prachtige debuutsingle Don’t want to say goodbye, wat mij betreft nog altijd hun mooiste nummer. Opvolger Go all the way werd hun grootste hit (nummer 5 in Amerika). Hun sterkste lp vind ik hun laatste, waarvan Overnight sensation (Hit record) zowaar nummer 18 in Amerika werd.  I just want a hit record was de overduidelijke boodschap. Van deze lp heb ik het nummer I don’t know what I want op vijf in mijn lijstje favoriete songs gezet. Alsof je The Who in topvorm hoort. De groep ging in april 1975 uit elkaar en Eric Carmen haalt solo met All by myself een grotere hit, dan groep ooit gehad heeft. En dat terwijl de muziek van de Raspberries veel meer verdiend had, in Nederland scoorden ze geen enkele hit maar bleven de eerste twee singles hangen in de tipparade. Hun muziek leeft gelukkig voort bij een flinke groep liefhebbers, in 2005 deed de groep een reunie tour, opnamen hiervan zijn ook op cd/dvd verschenen.
(3 oktober 2014)

THE MOVE
move-lp
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete nummers van The Move .
Mijn bijdrage:
The Move werd eind 1965 opgericht in Birmingham en bestond uit Roy Wood, Carl Wayne, Bev Bevan, Trevor Burton en Ace Kefford. Hun voorbeeld was in eerste instantie The Who, in 1966 werd Tony Secunda hun manager en die zorgde voor wekelijkse optredens in The Marquee in London. Secunda was ook verantwoordelijk voor de nodige publiciteitstunts (bijvoorbeeld het te lijf gaan van tv toestellen met een bijl), waardoor de groep snel bekendheid kreeg en een platencontract bij Deram, waar hun eerste single begin 1967 meteen een hit werd, het door Roy Wood geschreven Night of fear. Roy ontpopte zich tot de componist van de groep en zou tot 1970 verantwoordelijk zijn voor vrijwel alle nummers.In 1968 verschijnt hun eerste titelloze lp met een mooie hoes van onze vaderlandse The fool. Ace Kefford verlaat de groep en Roy Wood vraagt Jeff Lynne als nieuw groepslid, maar deze weigert (hij blijft liever bij zijn eigen groep Idle Race) en de groep gaat verder met zijn vieren. Er worden de nodige hits gescoord, waaronder een nummer 1 hit, Blackberry way in 1969. Trevor Burton vind deze richting te commercieel worden en verlaat The Move (we horen hem terug op de geweldige single Fight for my country van Balls met Denny Laine en Steve Gibbons, helaas hun enige release, maar een van mijn favoriete singles). Zijn vervanger werd Rick Price, begin 1970 verscheen Shazam, hun tweede lp, met onder andere een prachtige cover van Tom Paxton’s The last thing on my mind. Carl Wayne zag de meer symphonische richting, waar de groep naar toe wilde niet zitten en vertrok. Jeff Lynne liet zich dit maal wel overhalen om mee te doen en is voor het eerst te horen op derde lp Looking on. Wood, Bevan en Lynne maken dan in 1971 de laatste lp Message from the country, maar zijn eigenlijk al meer bezig met hun vervolgproject: Electric Light Orchestra. Roy Wood is daar in het begin nog bij betrokken maar later zal het een enorm succesproject worden onder leiding van Jeff Lynne  waarbij het succes van The Move zal verbleken. Toch vind ik de Move een belangrijke groep in de geschiedenis van de popmuziek, vooral dank zij het unieke talent van Roy Wood en het feit dat het uiteindelijk de basis werd voor ELO. Dan mijn top vijf:
1. Killroy was here
2. Cherry blossom clinic revisited
3. Message from the country
4. Blackberry way
5. Fire brigade
Op 1 een nummer van de debuutplaat: Killroy was here, het nummer heeft mij vanaf dat ik het voor het eerst hoorde altijd erg aangesproken. Op 2 Cherry blossom clinic revisited van de Shazam lp. Het nummer Cherry blossom clinic zou eerst hun vierde single worden, maar eindigde als nummer op hun eerste lp. Op Shazam keerden ze terug naar deze compositie met een verlengde uitvoering, met veel klassieke elementen. Op drie de enige Lynne compositie in mijn top vijf (de rest is van Roy Wood), Message from the country, het titelnummer van de laatste lp. Voor plekken vier en vijf bleven dan nog twee singlehits over en de keus viel uiteindelijk op Blackberry way en Fire brigade, maar er waren meer kandidaten. Vermeld mag nog even hun live ep Something else from The Move worden, met louter covers van o.a. The Byrds en Love. Vooral in hun begindagen in 1966 werden hun live optredens met dit soort composities gevuld en het is leuk om dat op plaat nog eens terug te horen. De ep werd in 1968 in de Marquee club opgenomen.
(21 augustus 2014)

STRAND OF OAKS
strandofoaks
Zo af en toe verschijnt er een nieuw album waarover ik mijn enthousiasme met iedereen wil delen.
Heal van Strand of Oaks is zo’n plaat. Hoewel het de vierde plaat van Timothy Showalter is waren zijn voorgaande drie folk-rock achtige platen mij tot onlangs ontgaan.

Timothy zelf over deze plaat: “This record is the first record that clicked for me. It used to feel like I was standing in this room where my feelings were, and I locked the door, and in the other room is where all my songs lived, and this is the first time where it all mixed together with no walls. Being so honest with the lyrics allowed me to be more honest with the music that I truly wanted to make. People say that your first record is meant to be your first life wrapped up into your first album, but I think it took me three records to get to that point.”
Een ander citaat:
“Previously, I shared records with people to get a tasting of: “Please tell me if I’m insane or not.” This was the first one where I just was like, “Nope. I do not give a fuck. This is what I have to do, beyond any control.”
My best friends haven’t heard it.”

Een volkomen andere aanpak dan de vorige platen dus en vooral een waarin hij volledig eerlijk over zijn leven wil zijn en al zijn persoonlijke demonen van zich af wil schrijven.
Openingsnummer Goshen ’97 beschrijft zijn gemoedstoestand als vijftienjarige jongere in Indiana, luisterend naar de Smashing Pumpkins. Het gitaarwerk in dit nummer is van J Mascis (Dinosaur Jr) en dan is meteen duidelijk dat dit geen standaard singer-songwriter album is. Absoluut prijsnummer is het aan de vorig jaar overleden Jason Molina opgedragen JM waarin hij wederom op zijn jeugd terug kijkt:
I was an Indiana kid, gettin no one in my bed
I had your sweet tunes to play
I was staring at the map, feeling fire in my head
I had your sweet tunes to play
I was mean to my dad, cause I was mean to myself
I had your sweet tunes to play
Het nummer ontroert zoals de beste Songs:Ohia nummers van Molina dat doen, duurt zeven minuten en heeft een Neil Young waardige gitaarsolo. Prachtig!
Het overkoepelend thema van de plaat is het helende karakter van muziek bij alles wat je in het leven meemaakt. Muziek is soms in staat wonden te genezen.
Strand of Oaks komen in september/oktober voor een paar concerten naar Nederland. Ik heb mijn kaartje binnen en ben benieuwd of hij live net zo weet te ontroeren als met deze plaat.
(6 Juli 2014)

THE MONKEES
monkees
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete nummers van The Monkees .
Mijn bijdrage:
Naar aanleiding van het succes van A hard day’s night van The Beatles bedacht NBC in Amerika dat een soortgelijke reeks rond de avonturen van een (fictieve) popgroep op televisie ook zou moeten scoren. Er vonden audities plaats en de uiteindelijke selectie voor The Monkees bestond uit de volgende vier heren: Davy Jones, Micky Dolenz, Peter Tork en Michael Nesmith. De serie werd twee seizoen uitgezonden van september 1966 tot en met augustus 1968 (in Nederland door de AVRO). Voor de muziek werd vooral gebruik gemaakt van befaamde componisten als het duo Goffin/King, Neil Diamond en vooral Tommy Boyce en Bobby Hart.
Hoewel ze maar liefst negen albums tussen 1966 en 1970 uitbrachten zal de groep toch vooral herinnerd worden om hun tv-serie en hun singles. Mijn top vijf:
1. I’m a believer
2. Purpoise song
3. Listen to the band
4. Theme from The Monkees
5. Pleasant Valley Sunday
op 1 de Neil Diamond compositie I’m a believer, op 2 Porpoise song uit de film Head uit 1968, dit licht psychedelische werkje werd geschreven door Goffin/King. Op 3 zowaar een Michael Nesmith compositie als een van hun latere singles: Listen to the band. In hun latere jaren probeerden de Monkees zich steeds meer los te maken van hun begeleidend team en wilden ze zelf bepalen welke muziek ze opnamen. Het themanummer van de televisieserie was zoals veel van hun nummers geschreven door Boyce/Hart. Op vijf dan Pleasant Valley Sunday, onlangs nog in het Nederlands gecovered door The Kik als Zevenhuizer Zondag. De groep ging in 1971 uit elkaar maar er waren nog diverse reunie-aktiviteiten. Davy Jones (de enige Engelsman van het gezelschap) overleed plotseling in 2012 maar ook daarna gingen de overlevenden nog op tournee in het lucratieve nostalgie-circuit.
(29 juni 2014)

LOVE
love-alone_again_or_s
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete nummers van Love .
Mijn bijdrage:
Love werd in Los Angeles opgericht door Arthur Lee, die al in andere groepen had gespeeld, maar met deze band in het begin vooral geinspireerd was door het succes van The Byrds.
Love bracht in 1966/1967 drie lp’s uit: Love, Da Capo en Forever changes, waarbij met name de derde plaat tot mijn all-time favorieten behoort. In 1967 werd daar echter lang niet overal zo over gedacht. In Amerika verkocht de plaat matig, in Engeland ging dat gelukkig een stuk beter maar in Hitweek werd de plaat bepaald niet juichend besproken. De platen komen uit op het Elektra label, dat in die tijd meer aandacht voor hun sterren The Doors heeft. Kernleden in deze periode zijn Arthur Lee en Bryan MacLean.  Deze laatste verliet in 1968 de band, waarna de groep uit elkaar viel en Arthur Lee  in diverse samenstellingen onder de naam Love nog een aantal platen uit bracht maar die zijn niet echt klassiek te noemen. De leukste vind ik nog zijn solo-lp Vindicator uit 1972.
Bryan stierf in 1998, Arthur in 2006. Mijn top 5:
1. Alone again or
2. Seven & Seven is
3. Signed DC
4. A house is not a motel
5. No matter what you do
Mijn top vijf bevat liedjes uit die eerste drie platen, waar makkelijk een goede top 10 uit samen te stellen is dus de uiteindelijke keus was nog best lastig. Mijn nummer 1, Alone again or, is een prachtige compositie van Bryan MacLean, afkomstig van Forever changes en werd ook op single uitgebracht (in 1970 zelfs nogmaals). Het nummer heeft echt een klassieke uitstraling. Er bestaan redelijk wat coverversies van, waaronder die van The Damned en Calexico. In compleet contrast hiermee mijn nummer twee, een protopunk nummer van de tweede lp, geschreven door Arthur Lee. Één brok energie, eindigend met een explosie. Signed DC is een hartverscheurende anti-drug song, afkomstig van de debuut-lp. Ook het zwaar op het Byrds geluid leunende No matter what is van deze plaat afkomstig, terwijl A house is not a motel een van de vele prijsnummers van Forever changes is.
(5 mei 2014)

SMALL FACES
tinsoldier
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete nummers van de Small Faces .
Mijn bijdrage:
De Small Faces, een van de betere jaren 60 groepen, werd in 1965 opgericht door Steve Marriott, Ronnie Lane, Kenney Jones en Jimmy Winston (al snel vervangen door Ian McLagan).  Hoewel de gloriejaren van deze groep slechts van 1965-1969 duurden is hun invloed op de popmuziek erg groot, vooral op de latere Britpop. In die vijf jaar brachten ze vijf lp’s uit voor de labels Decca en Immediate, waarvan er twee meer als verzamelaar te kenschetsen zijn. Hun lp klassieker is ongetwijfeld Ogden’s nutgone flake uit 1968 maar ze laten ons vooral ook een aantal onvergetelijke singles na. Mijn top 5:
1. Tin soldier
2. All or nothing
3. Song of a baker
4. Hey girl
5. Afterglow of your love
Over mijn nummer 1 bestond geen enkele twijfel, Tin soldier is al heel lang een vaste waarde in mijn top 10 aller tijden. Van de Decca singles zijn All or nothing en Hey girl mijn favorieten. Van de eerder genoemde Ogden’s lp is Song of a baker afkomstig. En dan blijft plaats vijf over voor een Immediate single, waarbij het moeilijk kiezen was. Het werd Afterglow of your love, hun laatste hitsingle uit 1969,  ten koste van Lazy Sunday, Itchycoo Park en Here come the nice. Toen Steve Marriott de groep in 1969 verliet om met Peter Frampton Humble Pie op te richten gingen de achtergebleven drie muzikanten verder met Rod Stewart en Ronnie Wood (beide afkomstig uit de Jeff Beck Group) als The Faces. The first step, hun debuutplaat uit 1970, kwam in Amerika nog uit onder de naam Small Faces. In 1977 en 1978 verschenen er in verband met een reunie nog twee lp’s (Playmates en 78 in the shade), maar die haalden het niet bij hun jaren zestig werk. Steve Marriott stierf in 1991, Ronnie Lane in 1997 maar de muziek leeft gelukkig voort.
(2 april 2014)

MICKONOMICS
mickonomics
Nu de Stones weer volop in het nieuws zijn was het leuk om het nieuwe boek van Flip Vuijsje te lezen: Mickonomics  (Mick Jagger vijf decennia leiderschap). De titel geeft al aan dat het niet de zoveelste uitgave is met de geschiedenis van de band maar meer een managementboek met daarin negen lessen, die we kunnen leren van het zakelijk instinct waarover Mick Jagger zonder meer beschikt. Als veelvuldig lezer van zowel management- als muziekboeken is deze combinatie nieuw voor mij en het moet gezegd: een aangename leeservaring. Flip heeft al eerder een boek geschreven over de Beatles en de Stones vanuit een andere inval dan gebruikelijk: John, Paul, Keith & Mick (2012). Hij is duidelijk fan, maar echt storend is het niet, en zijn kijk op de CEO rol van Mick Jagger (zakelijk,artistiek,strategisch) is de leidraad hier. Mick, inmiddels 70 jaar, heeft de band altijd onder de meest moeilijke omstandigheden als marktleider op de rails gehouden. Dat hij daardoor niet overal geliefd is (lees Life van Keith Richards er nog maar eens op na) mag ook duidelijk zijn. Ook hierover een wijze les: Les 7 -…en anders maar strikt zakelijk. Vooraf geeft de schrijver zelf nog even aan dat het geen leerboek maar een leesboek is. Toch zijn er zeker een paar managementlessen uit te halen. Zo kan management toch nog rock & roll zijn.
een uitgave van Nieuw Amsterdam (ISBN 9789046815397)
(25 maart 2014)

EUROVISIE SONGFESTIVAL
douzepoints
Het Eurovisie Songfestival, een jaarlijks terugkerend gebeuren  al sinds 1956. Als ik in mijn platenkast kijk vind ik op dit terrein wat singletjes uit de jaren 60, waaronder het winnende liedje van France Gall uit 1965, nog geschreven door Serge Gainsbourg, maar een prominente plaats in mijn muziekcollectie is er voor dit repertoire toch niet. Is een boek over dit fenomeen dan toch interessant en leuk om te lezen?  Het zojuist verschenen boek Douze points, twelve points van Geert Willems (journalist bij De Gelderlander) is dat zeker. Naast een gedegen analyse in 12 hoofdstukken van veel verrassende aspecten van het festival, zowel sociaal als politiek kan de lijstjesliefhebber onder de platenverzamelaars ook goed uit de voeten met het tweede gedeelte van het boek, een opsomming van  uitslagen met toelichting van alle festivals sinds 1956 met bijbehorende toelichting en in die uitslagen komen toch meer liedjes voor die in het geheugen zijn blijven hangen dan ik dacht en ook de toelichtingen leveren leuke dingen op. Zo was ik bijvoorbeeld vergeten dat de eerder genoemde France Gall niet voor Frankrijk, maar voor Luxemburg de overwinning binnen haalde.  Kortom, een aangenaam boek over een onderwerp, waar ik dat niet bij verwacht had, maar het is dan ook geen showbizznieuws-achtige analyse maar een gedegen journalistieke aanpak.
een uitgave van Spectrum (ISBN 978 90 00 33497 1)
(7 maart 2014)

ROCCO GRANATA
roccogranata
De autobiografie van Rocco Granata, getiteld Mijn leven, is onlangs verschenen.
Rocco is met twee plaatjes in mijn Platenkast aanwezig, waaronder natuurlijk de evergreen Marina (meer dan vijf miljoen verkochte exemplaren, een hit in 1959 en in de remix opnieuw in 1989). Over de jeugdjaren van Rocco is nu een film gemaakt door Stijn Coninx, en toen Rocco gevraagd werd zijn jeugdherinneringen op te tekenen heeft hij meteen maar doorgeschreven en is er nu dus dit boek van 288 bladzijden. Het boeiende verhaal van een een jongen, geboren in Italië, op 10-jarige leeftijd met moeder en zus naar België verhuisd, waar vader als gastarbeider in de mijnen werkte. Het geeft een goed beeld van hoe hard de maatschappij omging met deze gastarbeiders. Hoe Rocco met zijn onafscheidelijke accordeon van lokaal artiest met de geimproviseerde b-kant van zijn eerste single het in no-time tot de Carnegie Hall in New York bracht, hoe de muziekindustrie omgaat met artiesten, die op allerlei manieren onder druk gezet worden om zoveel mogelijk inkomsten aan de managers en muziekindustrie af te staan, het is hier allemaal te lezen. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat Rocco de ontdekker was van Sarah Bettens (K-Choice). Rocco is een sympathieke en trotse Italiaan, die zichzelf goed staande heeft weten te houden en door ervaring wijs geworden zakelijk zo onafhankelijk mogelijk is gebleven, ook nu op 75 jarige leeftijd nog actief als eigenaar van een muziekuitgeverij en platenmaatschappij. Een aantal van de songteksten ondersteunen nog eens het verhaal zoals bijvoorbeeld Straniero (Vreemdeling), waarvan in vrije vertaling dit het laatst gedeelte is:
Ik ben een muzikant,
een zanger zonder land,
loop overal verloren,
Ik blijf altijd Straniero.
Het laatste hoofdstuk is een namenregister, maar het boek bevat helaas geen discografie. Ik heb het met warme belangstelling gelezen en het geeft kleur aan het tot nu toe beperkte beeld wat ik van Rocco had.
een uitgave van Lannoo (ISBN 978 94 01 40996 4)
(27 januari 2014)

TERUGBLIK OP 2013
parquetcourts
MIJN TOP 10 VINYL 2013
1. Parquet Courts -Light up gold
2. Bombino -Nomad
3. Arcade Fire -Reflektor
4. Vampire Weekend -Modern vampires of the city
5. Villagers -(Awayland)
6. The Handsome Family -Wilderness
7. John Grant -Pale green ghosts
8. The National -Trouble will find me
9. Nick Cave and the Bad Seeds -Push the sky away
10. Naked -Watching the trees
Oud maar toch nieuw (of Nieuw maar toch oud)
1. Neil Young -Live at the Cellar Door
2. The Beatles -On air -Live at the BBC volume 2
3. Bob Dylan -The Bootleg series vol.10 -Another self portrait
Toen ik de lp van Parquet Courts uit Amerika begin dit jaar binnen kreeg dacht ik al snel dat deze mijn plaat van het jaar zou worden, die gedachte werd nog sterker na hun verpletterende live optreden, en voor mij is er dit jaar geen plaat verschenen die meer indruk op me heeft gemaakt. Elders op deze pagina heb ik al eens duidelijk gemaakt waarom. Op 2 Nomad van Bombino, Tuareg klanken uit Afrika, geproduceerd door Dan Auerbach in Amerika en zeker de soundtrack van de zomer. Arcade Fire maakte voor mij de vierde topplaat op rij en wisten zich weer te vernieuwen. Hoewel ik de eerste twee platen van Vampire Weekend wel leuk vond, viel alles op zijn plek met hun derde lp. Villagers en John Grant maakten een goede tweede plaat (hun debuutplaten waren 1 en 2 in mijn lijst van 2010) en The Handsome Family waren onlangs dat ze al heel lang muziek maken, voor mij een aangename verrassing. De top 10 bestaat verder uit The National (goede plaat, maar hun vorige vond ik beter) en de alom in lijstjes genoemde Nick Cave. Plaats tien reserveer ik voor een lp, die dit jaar veel voor mij betekent heeft: Watching the trees van Naked. Deze Haagse groep rond Arie Spaans bracht in eigen beheer naast een cd direkt een lp versie uit van hun nieuwe plaat, ik ontmoette Arie tijdens een instore en zo werd Naked een te koesteren onderdeel van de soundtrack van mijn leven. Bedankt Arie.
Net buiten de top 10:  Wooden Saints. Boxer Rebellion, BRMC, Jacco Gardner, Palma Violets en Wooden Shjips.
Het meest geraakt werd ik dit jaar door een nummer, afkomstig van een plaat (helaas alleen op cd) van Snowapple. Deze drie veelzijdige dames uit Amsterdam namen op hun uitstekende debuutplaat ook een Nederlandstalig nummer op, Het kleine witte zeil, en als er 1 nummer is, dat mij zal bijblijven als herinnering aan 2013, dan is het wel dit nummer. Echt ontroerend en prachtig.
Kortom, 2013 was weer een goed muzikaal jaar, met naast al deze platen ook  erg veel top concerten.
Van de artiesten in mijn lp top 10 zag ik de helft dit jaar live, maar daarnaast o.a. ook americana van The Avett Brothers, britse pop van de Kaiser Chiefs, post-punk van Wire en folk van The Staves.
Ik ben benieuwd welke nieuwe geluiden 2014 ons gaat brengen.
(29 december 2013)

50 JAAR HITPARADE
50jaarhitparade
In 1963 luisterde ik als 10-jarig jochie iedere week naar het programma Tijd voor teenagers, destijds een van de weinige programma’s met popmuziek op de Nederlandse radio, gepresenteeerd door Herman Stok. 30 november 1963 (nu 50 jaar geleden) begon dit programma met het uitzenden van de Nederlandse top 10, de eerste wekelijkse hitparade op de publieke omroep. Het begin van mijn fascinatie met hitlijsten. Wekelijks luisteren en het noteren in een schriftje van de tien populairste nummers. De eerste nummer 1 was If I had a hammer van Trini Lopez. In 1964 de opkomst van The Beatles, Stones en veel meer van wat we toen beatmuziek noemden. In januari 1965 werd de rol van belangrijke Nederlandse hitlijst overgenomen door de Veronica top 40, vooral ook vanwege het wekelijkse gedrukte exemplaar (haal hem bij je favoriete platenhandelaar). Toch bleef de publieke omroep via allerlei moeizame omzwervingen en verschillende omroepen een hitlijst uitzenden. De Hilversum 3 top 30, de Daverende 30, de Nationale Hitparade, de Mega top 100 en tegenwoordig de Mega top 50. De hele geschiedenis van deze hitlijsten is nu opgenomen in een prachtig 640 pagina’s tellend boek. Het is niet alleen een naslagwerk van de hits (voor het eerst ook met veel toelichtingen, land van herkomst en vermelding van omroepschijven) maar ook een zeer lezenswaardige geschiedschrijving van alle perikelen bij de omroep rondom deze hitlijsten. Deze historie beslaat de eerste 225 pagina’s van het boek, waarna het naslagwerk begint. De Top 40 gegevens zijn al heel lang via de diverse Hitdossiers in boekvorm verkrijgbaar. Het is fijn dat de andere lijsten nu ook in een handig boekwerk verzameld zijn. Het boek is samengesteld door Bart Arens, Edgar Kruize en Ed Adams, die een geweldige klus hebben geklaard om dit materiaal te vergaren.
Een aanrader voor iedereen die net als ik iets met hitlijsten, muziek en/of media heeft.
Het boek is een uitgave van Spectrum /Uitgeverij Unieboek
(ISBN 978 90 00 33100 0)
(30 november 2013)

THE ZOMBIES
zombies
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete nummers van The Zombies.
Mijn bijdrage:
The Zombies, vijf studenten uit het Engelse St. Albans, hadden met hun eerste single op het Decca label in 1964 meteen een wereldhit: She’s not there. Nog datzelfde jaar in december verscheen hun eerste lp, Begin here. De tweede single deed het minder en maar hun derde Tell her no werd weer een top 10 hit. Wat ze daarna ook probeerden, het wilde ondanks een serie gave singles niet echt meer lukken het succes van hun eerste single te evenaren. Hoewel ze in 1967 net een nieuw contract met CBS hadden gesloten besloten ze na het opnemen van hun tweede lp Odessey and oracle uit elkaar te gaan.
De lp werd mede op aandringen van Al Kooper alsnog in Amerika uitgebracht en toen Time of the season als single werd uitgebracht werd het uiteindelijk in 1969 een enorme Amerikaanse hit. Rod Argent was inmiddels bezig zijn eigen groep Argent vorm te geven en Colin Blunstone begon een solo carriere, eerst onder de naam Neil MacArthur (zijn nieuwe versie van She’s not there werd in 1969 een hit) maar in 1971 verscheen de eerste lp onder zijn eigen naam. Zo bleven de belangrijkste Zombies leden ook in de jaren 70 in de spotlight. Vanaf de jaren 90 treden de Zombies met Argent en Blunstone weer op (ook regelmatig in Nederland met mooie concerten) en zijn er ook een aantal nieuwe platen gemaakt maar de kern van hun repertoire blijven toch de prachtige nummers die zij tussen 1964 en 1968 op de plaat zetten en die ook mijn top vijf vormen:
1. Indication
2. A rose for Emily
3. She’s not there
4. Time of the season
5. I love you
Op 1 de single Indication uit 1966. De plaat verkocht voor geen meter maar hoort wat mij betreft thuis tussen de klassiekers uit dat jaar zoals Paint it black, Good vibrations, Paperback writer, Sunny afternoon, Eight miles high en al dat andere moois wat 1966 tot een top muziekjaar maakt. Op 2 het voor mij mooiste nummer van Odessey and Oracle, maar met de andere nummers van deze lp kun je ook gerust een top vijf vullen. Op 3 hun debuutsingle, een inmiddels klassiek poplied, vele malen gecovered, in 1977 nogmaals een hit in de versie van Santana. Time of the season mag natuurlijk niet ontbreken en op vijf I love you, een B-kantje uit 1965. Dit nummer werd in 1968 gecovered door de Amerikaanse groep People en in nog al wat landen een hit. Het geluid van de Zombies was uniek en daarom verdienen zij ook nu nog aandacht. Rolling Stone koos niet voor niets She’s not there in de top 500 songs aller tijden en Odessey and oracle in de lijst met top lp’s aller tijden. Hun muziek verveelt mij na al die jaren nog steeds niet.
(24 september 2013)

PARQUET COURTS
parquetcourts
Als er 1 plaat in het eerste half jaar van  2013 voor mij uitspringt, dan is dat toch wel Light up gold van de New Yorkse Parquet Courts. Hoewel de vier heren oorspronkelijk uit Texas komen opereert de groep  vanuit Brooklyn, waar ze in 2010 werd opgericht. In 2011 verschenen  hun eerste wat rommelige collectie vier-sporen opnamen via het  alleen op cassette uitgebrachte American specialties (inmiddels ook op vinyl verkrijgbaar via Play Pinball records).
In augustus 2012 verschijnt dan de echte debuutplaat  Light up gold op het eigen Dull tools label (uitsluitend op vinyl en digitaal). Na een Amerikaanse tour brengt  in januari 2013  het label Whats your rupture de plaat in Amerika op cd uit en in mei brengt dit label de plaat en cd in Europa uit. Een lange aanloop maar nu moet iedereen de plaat dus gewoon kunnen kopen.  Toen ik begin dit jaar single Borrowed time hoorde heb ik de LP direkt uit Amerika laten komen.
De groep bestaat uit Andrew Savage (zang, gitaar), Austin Brown (gitaar), Sean Yeaton (bas) en  Andrew’s broer Max Savage (drums).  Veel invloeden worden genoemd in recensies van de LP, waaronder de Feelies, Modern Lovers, Pavement en Sonic Youth. De groep zelf noemt het Americana punk. Ik zelf moest meteen denken aan de Pink Flag Lp van Wire met dezelfde afwisseling van veelal korte nummers (de meeste duren hooguit twee minuten) en in de gitaarpartijen hoor ik dan weer Television (het langste nummer van de plaat Stoned and starving). Toen ik ze onlangs live zag gingen sommige van deze gitaarduels af op Marquee moon achtige proporties. Dit enerverende live optreden maakte dat ik de plaat sindsdien nog vaker opzet.
Ondanks al deze invloeden weet de groep een heel eigen dynamiek aan het geheel te geven en in de vijftien nummers gebeurt genoeg om geen moment te gaan vervelen.  Ze hebben veel geleerd vanuit hun Platenkast, maar gebruiken dit als startpunt voor hun eigen muziek, een combinatie van punkrock, post-punk en noise, waarbij de meeste nummers pakkend genoeg zijn om al snel in het geheugen te blijven hangen.
Light up gold is in 2013 zeker de colour that I was looking for!
(29 juli 2013)

ARIE SPAANS & NAKED
naked
Enige weken geleden mocht ik Arie Spaans ontmoeten tijdens een instore optreden als promotie van de onlangs verschenen plaat Watching the trees van zijn band Naked. Arie is een doorgewinterd muzikant, die in de tweede helft van de jaren negentig succes had met de band Suburbs. In 1997 wonnen zij de Grote Prijs van Nederland, traden op door het hele land en openden in 1998 het Parkpop festival. Na Suburbs was er in 2004 de debuutplaat van Naked (Keep breathing). Na het eerste album volgt een bandwisseling en Arie is onder dezelfde naam doorgegaan als singer-songwriter. In 2009 wordt de band heropgericht met Willem Art op viool, Rick Roomer op drums, Rob Lagendijk op contrabas en Alexei Maliy op gitaar. Niet veel later duiken de mannen de studio in met oude bekende Shell Schellekens (Golden Earring, Urban Heroes en Vitesse). Na twee-en-half jaar is daar het resultaat: “Watching The Trees”. Je kunt de LP plaatsen in het folk-rock genre, maar daarmee doe je de plaat tekort. Veel invloeden komen boven, meteeen in het openingsnummer Angels on your way hoor je Beatles invloeden, vooral in de koortjes. Arie bezocht ooit Strawberry Fields in New York en haalde daar zijn gitaar tevoorschijn om een spontane Lennon-sessie te spelen, al snel werd hij omringd door veel Beatles-fans, die daar altijd wel rondhangen. Selfchosen lonelyness heeft dan weer country-invloeden en de plaat wordt verrassend afgesloten met een cover van Joy Division’s Atmosphere. De folkinvloeden van de LP worden dan weer vooral veroorzaakt door het vioolspel van Willem Art. Gelukkig wilde Arie van deze tweede Naked plaat naast een cd ook graag een vinyl versie uitbrengen. Bij in eigen-beheer uitgebrachte producties is dat zeker niet vanzelfsprekend. Zelfs platenmaatschappijen zien bij Nederlandse producties nog lang niet altijd de noodzaak van een vinyl-versie. De plaat is in ieder geval te koop bij Vinyl Grove in Den Haag en bij Velvet in Amersfoort. Luister eens naar deze muziek, ze is op het net te vinden (www.naked-music.nl) en doe je zelf een plezier met Watching the trees op de Platenspeler! Ik zet hem nog maar eens op.
(1 juni 2013)

NICK DRAKE
nick drake
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete Nick Drake nummers.
Mijn bijdrage:

Toen Nick Drake stierf op 25 november 1974 was hij slechts 26 jaar oud. Drie prachtige albums uit de periode 1969-1972 liet hij ons na.
Mijn kennismaking met zijn muziek was in 1969 via het Island verzamelalbum Nice enough to eat, waar tussen veel ander moois zijn Time has told me opviel.
Ik bleef Nick volgen en vooral zijn derde album Pink moon maakte in 1972 diepe indruk. Drie van de vijf nummers uit mijn top vijf zijn dan ook van deze LP afkomstig met  onbetwist  Know op nummer 1.
Know that I love you
Know  I dont  care
Know that I see you
Know Im not there
Hoe aangrijpend kan een lied zijn?
Mijn top vijf Nick Drake nummers:
1.Know
2.Time has told me
3.Pink moon
4.Things behind the sun
5.River man
(4 april 2013)

BUFFALO SPRINGFIELD
buffalospringfield
Platenblad vroeg zijn lezers om hun favoriete Buffalo Springfield nummers.
Mijn bijdrage:
Toen ik in 1969 de tweede lp van Neil Young (zijn eerste met Crazy Horse) hoorde was die indruk zo verpletterend dat de lp Everybody knows this is nowhere 44 jaar later nog altijd mijn all-time favoriete plaat is. Op dat moment kende ik BS vooral van For what it’s worth maar vanaf toen ging ik op zoek naar alles wat NY voor die tijd gedaan had. Zo kwam ik dus al snel op het spoor van zijn eerste solo plaat en de drie platen van Buffalo Springfield. Deze werden zo vooral een bron van op dat moment voor mij nieuwe NY liedjes. Het is dan ook niet vreemd dat mijn top vijf uit louter NY composities bestaat, waarbij Expecting to fly een duidelijke nummer één is. Aan dit nummer kleeft ook nog de herinnering aan de late avonduitzendingen van Radio Veronica begin jaren zeventig, waarbij Tineke steevast vlak voor middernacht haar programma met dit nummer afsloot. Pure nostalgie dus! Dat BS live een opwindende groep kon zijn is terug te horen in de bonus-tracks van de NY Anthology box set. Iets wat uit de studioplaten helaas niet altijd blijkt. Daar was van een eenheid, zeker op de laatste lp, niet veel van terug te horen. Jammer.
Mijn top 5 Buffalo Springfield nummers:
1. Expecting to fly
2. Mr. Soul
3. Broken arrow
4. I am a child
5. Out of my mind
(10 februari 2013)
TERUGBLIK OP 2012
angus-stone-broken-brights-2012
MIJN TOP 10 VINYL UIT 2012
1. Angus Stone -Broken brights
2. Alabama Shakes -Boys & girls
3. Allah-Las
4. Mark Lanegan -Blues funeral
5. Godspeed you! Black emperor -‘Allelujah! don’t bend! ascend!
6. Blaudzun -Heavy flowers
7. The Vaccines -Come of age
8. The Kik -Springlevend
9. Dead can dance -Anastasis
10. Simone Felice
Ook in 2012 waren er weer meer leuke platen dan er in een top 10 passen.Mijn uiteindelijke lijstje bevat een breed scala muziek van Canadese postrock via Australische singer-songwriter naar Nederlandstalige beatmuziek en meer. Vanmorgen liep ik Velvet Music in Amersfoort binnen (die ik overigens hardnekkig De Nootzaak blijf noemen) en daar stond mijn plaat van het jaar op (toeval bestaat niet): Angus Stone en zus Julia besloten na een paar succesvolle duoplaten het eens solo te proberen, wat mij betreft is dit voor Angus, die met de lp Broken brights kwam, een geslaagd experiment. De eerste vinylpersing betrof een genummerde oplage van 500 stuks, inmiddels is de plaat herperst en dus weer ruim verkrijgbaar. De Alabama Shakes maakten een fantastische debuutplaat, maar is in essentie de groep van zangeres Brittany Howard. Hold on Brittany! Uit Los Angeles het debuut van The Allah-las, vier sympathieke heren die klinken als een obscure sixties band, maar met een eigen draai. Mark Lanegan maakte na acht jaar weer een plaat (hoewel hij tussendoor genoeg andere dingen heeft gedaan) en hij blijft een geweldig zanger. Het gezelschap Godspeed you! deed er nog langer over om met een nieuwe plaat te komen, maar liefst tien jaar sinds hun vorige maar deze ‘Allelujah! hakt er in. Luister naar Mladic en laat je wegvoeren op deze klanken. De lp van Blaudzun kwam al in de tweede week van januari uit, maar heeft zich het hele jaar door gehandhaafd in de top 10. Verdiend succes alom, de plaat gaat nu ook in Amerika verschijnen. Zijn vorige plaat uit 2010 stond destijds niet in mijn eindlijst want niet op vinyl uitgekomen(je moet streng zijn), een vergissing die door het V2 label dit jaar goed gemaakt is met het alsnog uitbrengen van zijn eerste twee platen op lp. The Vaccines maakten vorig jaar voor mij de plaat van het jaar en ook hun tweede plaat deed het goed op mijn draaitafel. En jawel, zowaar twee Nederlandse platen in de top 10, deze van The Kik zelfs Nederlandstalig. Wat The Allah-Las met sixties als basis doen kunnen deze Rotterdammers ook, maar dan met vooral merseybeat als grondslag. Een toffe plaat. De muziek van Dead can dance was mij tot nu toe ontgaan, maar hun terugkeer na 16 jaar leverde een plaat op, die ik al bij eerste beluistering als bijzonder heb ervaren. Simone Felice sluit de top 10 af. Speelde hij eerst met zijn broers in The Felice Brothers, deze eigen plaat is erg mooi. Luister naar het slotnummer Splendor in the grass en laat je ontroeren. Net buiten de eerste tien de lps van Jack White, Lost in the trees, Muse en Maximo Park. Ook veel veteranen (minimaal 60+) brachten dit jaar goed werk uit: Neil Young with Crazy Horse, Bruce Springsteen, Leonard Cohen, Patti Smith en Bob Dylan verdienen lof voor hun nieuwe producten, om onduidelijke redenen verviel de vinyl release van de laatste Van Morrison. Heel veel goede concerten bezocht, een van de leukste was wel die van J.D.McPherson uit Oklahoma, rockabilly en old school rock waar je erg vrolijk van wordt. Zijn debuutplaat Signs and signifiers uit 2010 kwam in 2012 alsnog wereldwijd uit via het Rounder label. Single van het jaar is de eerste plaat van Palma Violets: Best of friends. Hun debuut lp verschijnt in 2013, benieuwd of die eind volgend jaar mijn top 10 haalt…
(29 december 2012)
GOLDEN EARRING-DE AMERIKAANSE DROOM
goldenearringamerika
Een boek over de Golden Earring, is dat besteed aan iemand die slechts twee lp’s van deze heren in zijn Platenkast heeft (maar wel ook nog een tiental van hun jaren zestig singles). Het is de schrijvers van het boek De Amerikaanse droom, Robert Haagsma & Jeroen Ras,  gelukt mij wel degelijk te boeien. Het concentreert zich uitsluitend op de reconstructie van hun Amerikaanse avonturen. Het leest als een spannend jongensboek en toont aan dat de Earring van het begin af aan de juiste ambities had om als een van de weinige Nederlandse rockgroepen echt een carriere in de States op te bouwen. Zo werd in de jaren zestig hun eerste single Please go daar al uitgebracht en veschenen ook de lp’s Winter Harvest en Miracle Mirror op het Capitol label.  Eight miles high werd daar op Atlantic uitgebracht en toen moest eigenlijk het echte avontuur nog beginnen. Met name in de jaren 1974-1986 waren ze in Amerika succesvol,  Van Moontan tot The hole bereikten maar liefst 8 lp’s de Billboard top 200.  (Moontan was het meest succesvol met een 12e plek). In dezelfde periode scoorden ook 6 singles aldaar in de Billboard Hot 100, waarvan Twilight zone plek 10 veroverde en Radar love het tot nummer 13 bracht. Het boek geeft ook een goed inzicht in hoe de muziekindustrie werkt en dat het opbouwen van Amerikaanse succes met veel vallen en opstaan gepaard gaat. Het hier vertelde verhaal is voor een groot deel gebaseerd op het archief en herinneringen van bassist Rinus Gerritsen, maar ook artiesten waarvoor ze het voorprogramma deden werden voor dit boek ondervraagd. Het voorwoord is van Steve Harris van Iron Maiden, duidelijk een fan. Het boek bevat ook een aantal unieke foto’s  en sluit af met een Amerikaanse discografie, hitnoteringen en een tijdslijn. Het gaf mij in ieder geval veel nieuwe informatie en ik heb me er zeer mee vermaakt.
Het boek is een uitgave van Spectrum /Uitgeverij Unieboek
(ISBN 978 90 00 31458 4)
(24 oktober 2012)

LENNONS BRIEVEN
lennonbrieven
Al sinds 1968 staat de Geautoriseerde Biografie van The Beatles door auteur Hunter Davies in mijn boekenkast. Vierenveertig jaar later duikt van deze zelfde man een nieuw boek, gerelateerd aan de Beatles op. Ondertussen heeft hij zo’n veertig andere boeken op zijn naam staan en is hij tv-presentator en journalist. In het 400 pagina’s tellende boek Lennons brieven brengt hij een bonte verzameling handgeschreven (vaak met bijbehorende tekeningen) documenten samen en dat zijn meer dan alleen maar brieven. Ook kaartjes, notities en meer vonden zijn weg naar dit boek. Het is zeker niet het ideale startboek voor de beginnende Lennon liefhebber, maar de doorgewinterde Lennon/Beatles fans vinden hier veel leuke teksten (dan weer informatief, dan weer grappig, dan weer agressief) van John zelf.
Je treft er de liefdesbrieven aan eerste vrouw Cynthia, brieven aan collega Beatles, maar ook boodschappenlijstjes. Het vertelt het verhaal van zijn leven nog eens vanuit een heel ander perspectief. Uiteraard moest het boek wel de zegen van Yoko Ono hebben, daar zij het copyright op alles van John bezit. Zij schrijft dan ook het voorwoord. De verschillende brieven worden steeds in hun context gezet door Hunter. Het boek begint met een bedankbriefje voor zijn tante toen John 10 jaar was en eindigt met een handtekening, gezet voor fan Ribea, op 8 december 1980, de dag dat hij vermoord werd. De laatste bladzijde is dan voor de 8 jarige John die in een poezie album de volgende tekst krabbelde:
By hook or by crook, I’ll be the last in this book.
John Lennon.
Het boek is een uitgave van Spectrum /Uitgeverij Unieboek
(ISBN 978 90 00 31495 9)
(16 oktober 2012)

JOHN,PAUL, KEITH & MICK
johnpaulkeithmick
Deze vier voornamen behoeven geen nadere toelichting voor de muziekliefhebber. Het is iedereen meteen duidelijk dat het om de belangrijkste leden en componisten van The Beatles en The Rolling Stones zal gaan, ook in mijn Platenkast rijkelijk aanwezig. Ook heb ik al veel boeken over beide groepen maar een boek, die de raakvlakken, overeenkomsten en verschillen tussen beide eens onder de loep nam had ik nog niet. Dit boek van Flip Vuijsje doet precies dat. Je vind er dan ook geen nieuwe feiten in, maar als liefhebber bekijk je veel aspecten bij het lezen eens van een andere kant, en dat is dan weer verfrissend. Er zijn best veel raakvlakken tussen beide groepen, zo schonken John en Paul hun compositie I wanna be your man aan The Stones voor hun tweede single en kwamen ze elkaar ook in hun verdere muzikale loopbaan nog vaak tegen. Hier wordt ook ingegaan op hun achtergronden, het management en de reden waarom de Stones nog wel bestaan terwijl de Beatles al in 1970 het bijltje er bij neergooiden. Misschien zit dat wel in de quote van Mick Jagger uit 1964, die op de achterkant van het boek te vinden is: ‘De Beatles zijn veel meer een groep dan wij. Wij zijn vijf individuen die toevallig samenspelen’.

Auteur Flip Vuijsje beleefde de gloriejaren van de Beatles en de Stones als scholier en student. Ook mijn eigen schooltijd lag in deze periode, dus misschien is daarom het boek lekker herkenbaar. Ook de meeste boeken die als bron worden aangehaald heb ik in de kast. Maar ook de minder fanatieke verzamelaar kan aan dit boek het nodige leesplezier beleven. Het boek verscheen bij uitgever Nw A’dam (ISBN: 9789046813003)
(7 oktober 2012)

 

LOST IN THE TREES
lostinthetrees
Met Lost in the trees uit Chapel Hill, North Carolina kwam ik in 2010 in aanraking door een intrigerende recensie in Plato Mania (zie onderaan deze Platenkast pagina bij mijn toelichting op de beste platen van 2010). Het was de internationale release van hun plaat All alone in an empty house, die oorspronkelijk al in 2008 op het lokale Trekky records verscheen.

In 2011 verscheen er gelukkig nog een vinylschijf van deze formatie, waarin de 7 songs van hun debuut EP Time taunts me uit 2007 opnieuw waren opgenomen en aangevuld met drie extra nummers. En nu is er dan hun tweede (of derde) plaat A church that fits our needs  De groep draait om Ari Picker, een klassiek geschoolde componist aan de Berkeley College of Music, die allerlei elementen uit folk, klassieke en filmmuziek verwerkt in zijn ontroerende liedjes. Deze nieuwe  plaat kan gezien worden als het muzikaal verwerken van de zelfmoord (in 2009) van zijn moeder, haar foto siert de hoes.
Ari moest deze plaat maken: “Ik wilde haar een plekje geven in de muziek om haar alles te laten worden waartoe ze niet de kans kreeg om te zijn”. Ari had al niet echt een gelukkige jeugd getuige zijn vorige plaat. “When you grow up with enough emotional obstacles, your body and your mind become adapted to that in some way, you learn to deal with it efficiently.  When I found out about her death, my brain just went into creative mode.”

Het gebruik van een wijd scala aan instrumenten en muzikale invloeden is volgens  Ari
“to make the beautiful parts more beautiful and the ugly parts uglier”.
Ik kan me voorstellen dat luisteraars die allergisch zijn voor de klassieke elementen dit misschien als edelkitsch ervaren, voor mij is deze plaat het zoveelste bewijs dat muziek emotie is, en kan helpen bij het verwerken van zelfs de meest tragische gebeurtenissen. Ik ben weer zeer onder de indruk. Blijft nog altijd de vraag wanneer de groep naar Nederland gaat komen!
(4 april 2012)

 

TERUGBLIK OP 2011
vaccines
MIJN TOP 10 VINYL UIT  2011
1. The Vaccines -What did you expect from the Vaccines
2. EMA -Past life martyred saints
3. Elbow -Build a rocket boys
4. Josh T. Pearson -Last of the country gentlemen
5. The Black Keys -El camino
6. The Decemberists -The king is dead
7. Iron and wine -Kiss each other clean
8. Pete and the Pirates -One thousand pictures
9. Twilight Singers -Dynamite steps
10.Devotchka -100 lovers
en nieuwe lp releases met muziek van voor 2011
1. The Beach Boys -Smile
2. Neil Young -A treasure
3. Sigur Ros -Inni

Na twee jaar waarin voor mij heel snel duidelijk was wie de plaat van het jaar maakten was de keuze nu iets lastiger. Toch maar gekozen voor de gitaarband van 2011:The Vaccines. Puntige songs in de traditie van The Undertones zonder overbodige opsmuk. En ook een eerbetoon aan het dit jaar helaas gestopte Kink Radio, waar ze lekker vaak voorbij kwamen. Op 2 het solodebuut van Erika Anderson. Sinds Horses van Patti Smith  ben ik niet zo onder de indruk van een debuutplaat van een vrouw geweest en dat is toch wel even geleden. Elbow zijn voor mij een vaste waarde sinds hun debuutplaat tien jaar geleden. Josh T. Pearson laat nog eens horen met hoe weinig versiering je een muzikaal statement kunt maken. Mooi. De plaats voor de leukste gitaarplaat was al weggegeven maar The Black Keys kwamen in december nog goed in de buurt met hun El camino. The Decemberists klonken soms nog meer naar R.E.M. dan de band uit Seattle zelf, hier had als eerbetoon natuurlijk ook de laatste R.E.M. lp kunnen staan, maar deze draaide ik net wat vaker. De nummers 7 t/m 10 zijn van muzikanten die ik in 2011 live heb zien optreden, waardoor hun plaat vaker op de draaitafel is beland. Mooiste live moment in 2011 vond ik  overigens de toegift die de Canadees Dan Mangan midden tussen het publiek in
Tivoli De Helling gaf. Kijk zelf maar eens hier op Youtube.
Op naar 2012 met ongetwijfeld weer veel leuke muziek, natuurlijk op vinyl!
(6 januari 2012)

PYTHAGORAS
00The Correlated ABC
Rene de Haan, die verantwoordelijk is voor een van de meest bijzondere vinyluitgaven die ik ken, The correlated ABC, is in het dagelijks leven vormgever en dat is aan deze uitgave af te zien. De set bestaat uit een 7inch, 10inch en 12inch plaat, die als bouwpakket samen de stelling van Pythagoras een nieuw leven in blazen. De muziek op deze platen is dan ook van Pythagoras, een groep, die in 1981 en 1982 al 2 elpees deed verschijnen, waarbij Rene de toetsenman was. De groep ontstond in de Haagse platenzaak Moonlight Records, waar veteraan drummer Bob de Jong de eigenaar was en Rene een frequent bezoeker.
Zo zie je maar dat je in een platenzaak meer kunt bereiken dan alleen leuke plaatjes scoren. Samen vormden ze de basis voor Pythagoras. De muziek begeeft zich in symphonische sferen en doet mij nog het meest denken aan de fraaie klanktapijten zoals Jade Warrior die in de jaren 70 op Island uitbracht. Het meeste materiaal op deze set is afkomstig uit de periode 1983-1985 van de opnamen voor een derde lp, maar dat wilde niet zo lukken en ongelukkig met de hele situatie besloot Rene de muziek vaarwel te zeggen en in 1986 een studie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten te beginnen. Voor een overzicht van zijn huidige werk verwijs ik naar www.renedehaan.net
Na een aantal mislukte pogingen zijn de opnamen nu bewerkt en is de derde lp er dan toch gekomen met een vertraging van zo’n 25 jaar. De set is verkrijgbaar via http://www.pythagorascorrelated.com/
of internationiaal via http://www.musearecords.com/ext_re_new_releaseselect.php?np=37262
Voor liefhebbers van sympho/progmuziek zeker een aanrader en ook een visuele aanwinst voor je platenkast! (30 oktober 2011)

CUBY + BLIZZARDS
cuby
Onlangs overleed Harry Muskee, uiteraard ook in mijn platenkast vertegenwoordigd. Er zijn de afgelopen weken al mooie verhalen verschenen over deze legendarische Drentse bluesman, maar onderstaand verhaal is een heel persoonlijk relaas, waarin Cuby+Blizzards indirect een belangrijke rol spelen. Het is een verhaal dat ik mocht ontvangen van Ramesh, die mij toestemming gaf het hier te publiceren. Het heeft mij zeer ontroerd en ik wil het graag met jullie delen. Muziek is emotie….

“ik kwam als jochie van 11 (jan 75) naar Nederland, zoals vele Surinamers.
Toen ik een jaar of 13 was kwam ik in kontakt met 2 broers van kennissen van mijn ouders; Glenn & Fea(de oudste). Bij hun hoorde ik Kid Blue van Cuby & The Blizzards en was meteen verkocht. Ik trok veel op met Fea (14 jaar ouder dan mijzelf) en kreeg van hem ook mijn eerste stereoset en later een tweede (met Thorens draaitafels). Door hem leerde ik bands kennen als Cactus, Hairy Chapter en natuurlijk Black Sabbath. Fea verhuisde later naar Eindhoven en we zijn elkaar uit het oog verloren. Glenn (de jongste) was inmiddels  overleden.
4 jaar geleden probeerde ik weer in kontakt te komen met Fea via vrienden bij de belastingsdienst/stadhuis. Geen succes. Ik denk dat hij het tof zou hebben gevonden dat ik in de muziekindustrie (Bertus) werkzaam was en veel reisde (midem, popkomm, sxsw ed). Enfin, januari 2010 hoorde ik per toeval (iemand hoorde een overlijdensbericht op de Surinaamse radio) dat Fea was overleden in Lelystad aan een hartaanval met oud & nieuw. Ik kon ‘gelukkig’ nog op zijn afscheid aanwezig zijn op 6 januari, de dag voor zijn 61ste verjaardag.

Een paar maanden later opende ik dus Vinyl Grove.
In de 4de week of zo komt een man binnen met een partij lp’s…was veel meuk, maar de eerste lp die ik eruit trok was…jazeker, Cuby & the Blizzards – kid blue.
Ik ben cool, maar ik schoot helemaal vol…tranen. bladibla.
En man, dat heeft mij zo gesterkt om door te gaan met de winkel.
Ik zie dit gewoon niet als toeval.
Dus Kid Blue = eigenlijk de plaat die mij in de muziek heeft doen belanden. En Elco Gelling mijn fave nl gitarist. Ik was overigens nooit zo van de blues hoor, KB is gewoon een Brood & Gelling rockplaat.
Nou, das dus het verhaal.
En ‘die’ lp staat dus sinds die bewuste dag op display in mijn winkel, zonder prijskaart want het is niet te koop.”

Ramesh is eigenaar van Vinyl Grove, the only TRUE vinyl store in Den Haag. Specialized in new vinyl. Fresh coffee, HQ gear & listening docks.
(19 oktober 2011)

EMA (ERIKA M. ANDERSON)
ema
Erika M. Anderson,  een naam die mij tot voor kort  niets zei, maar onder haar afgekorte naam EMA een debuutplaat heeft afgeleverd, die niet van de draaitafel is af te slaan. Titel van dit fraais:  Past life martyred saints.

Erika is een 28 jarige singer-songwriter (maar met feedback gitaar), afkomstig uit South Dakota (speelde in diverse teenage barbands),  besloot op haar zeventiende vrij naief naar California te trekken (ze vond Welcome to the jungle een inspiratiebron) omdat ze LA zag als een plek waar mensen heengingen die geweldige nummers schrijven.  Ze speelde in de band Gowns maar het schoot niet op met haar ambities en een jaar geleden stond ze op het punt de muziekbusiness vaarwel te zeggen en terug naar huis te gaan, maar uiteindelijk kwam de eigen plaat dan toch. Het nummer California is een haat/liefdesong over haar woonplek (“do I hate California, nah, but someone gotta rep the darkside of the zeitgeist” zei ze over dit nummer).

Openings-song The grey ship gaat van lo-fi naar hi-fi.  Het eerste gedeelte werd opgenomen op een 4 sporen recorder, in het tweede gedeelte verandert de instrumentatie geheel en “the whole world turns from black and white to technicolor”.
Alles wat haar muziek te bieden heeft komt dan nog eens samen in het monumentale slotnummer Red star, het einde van een relatie met als conclusie: “I know nothing lasts forever. If you won’t love me, someone will”.
Luister en huiver!
Rolling Stone omschreef haar als de bastaard dochter van Sinead O’Connor, maar dan twee keer zo gek en zes keer zo grappig.  Met die omschrijving kan ik niet zo veel. Wel weet ik dat ik sinds  Horses van Patti Smith niet meer zo enthousiast geweest ben over de debuutplaat van een vrouw. Zoveel passie en rauwe emotie, haar  teksten vol littekens (I wish that every time he touched me he left a mark) en frustraties van iemand midden in een crisissituatie.  Een vrouw, een gitaar, een prachtplaat. In september komt ze naar Nederland.
(25 juli 2011)

I.M. GERRY RAFFERTY
gerryrafferty
Gerry Rafferty, een van de stemmen die de afgelopen veertig jaar deel uitmaakten van de soundtrack van mijn leven, overleed op 4 januari 2011. Weer een muzikale vriend minder. Ik maakte kennis met zijn muziek in 1969, waar ik gefascineerd raakte door een optreden van het Schotse duo The Humblebums in het tv programma VPRO Piknik. The Humblebums bestond op dat moment uit de extraverte Billy Connolly, die later zou uitgroeien tot een van de belangrijkste Britse komieken, en de introverte Gerry Rafferty. Gerry werd geboren op 16 april 1947 in het Schotse plaatsje Paisley, in de buurt van Glasgow. Zijn vader was een van oorsprong Ierse mijnwerker. Geen gelukkige jeugd, zijn vader was alcoholist en vaak agressief. Hij overleed in 1963. In zijn schooltijd raakte Gerry o.a. bevriend met de kunstenaar John Byrne (die onder de naam Patrick later heel veel plaathoezen voor Gerry verzorgde) en met Joe Egan. Met deze zat hij al vrij jong in de groep The Mavericks, maar toen dat geen succes werd meldde hij zich bij Connolly, die op dat moment met Tam Harvey The Humblebums vormde. Gerry sloot zich aan en Tam verdween als snel uit beeld. De eerste plaat die ze samen maakte heette The new Humblebums, en bevatte composities van beide heren. Die van Gerry sprongen er uit, waaronder meteen een van mijn favorieten: Her father didn’t like me anyway. Please sing a song for us werd in ons land een hitje door The Continental Uptight Band. In 1970 verscheen Open up the door. Ook hier weer een mix van liedjes van beiden, waar die van Gerry duidelijk mijn voorkeur hadden. Prachtige nummers als Steamboat row, Shoeshine boy en My singing bird. Door gebrek aan succes groeiden de spanningen tussen beide heren en dus begon Conolly zijn komische kant verder uit te buiten en maakte Gerry in 1971 zijn eerste soloplaat Can I have my money back. Een prachtige plaat met als hoogtepunt het naar zijn moeder vernoemde nummer Mary Skeffington. Al in 1972 zocht hij echter weer contact met Joe Egan en richtten ze de groep Stealers Wheel op. De in dat jaar verschenen debuut lp is voor mij het hoogtepunt uit zijn werk. Late again,  Next to me, Gets so lonely enz. Al sinds het verschijnen een vast onderdeel van mijn top 50 aller tijden. Met Stealers Wheel maakte hij nog 2 albums, Ferguslie Park en Right or wrong maar de druk van de platenmaatschappij werd hem allemaal te veel en hij verliet de groep, kwam weer even terug en op het laatst bestond Stealers Wheel alleen nog maar uit Gerry en Joe. Contractuele ellende duurde nog drie jaar voor hij zijn solo carriere een tweede start kon geven en wat voor een. Het album City to city uit 1978 verkocht, mede dankzij evergreen Baker Street, ruim 5 miljoen exemplaren en maakte van hem alsnog tegen wil en dank een superster.
Gerry bleef weigeren in Amerika te gaan toeren, deed slechts een beperkt aantal optredens, waaronder een in Nederland in De Doelen in Rotterdam, waar ik gelukkig bij was. Opvolgers Night owl en Snakes and ladders en in mindere mate Sleepwalking verkochten ook nog behoorlijk en deze albums zijn de kern van zijn succesvolste periode van 1978 tot 1982. Hij wist weer niet echt om te gaan met deze roem en trok zich steeds meer terug op zijn landgoed in Kent.
Pas in 1988 verscheen nieuw werk: North and South en in 1992 On a wing and a prayer. Er volgde zowaar in 1993 weer een concert in ons land, ditmaal in Vredenburg Utrecht.In 1994 verscheen Over my head en in 2003 nog Another world, deze laatste weer eens met een “Patrick” hoes. Deze beide laatste platen bevatten naast nieuw werk ook elk een drietal nieuw opgenomen versies van oude liedjes, meestal geen teken van grote artistieke inpiratie.  Jammer, maar ondanks deze wat mindere platen bleef ik ze toch kopen. In 2006 vielen er op zijn website een achttal nieuwe liedjes te downloaden, hetgeen leek te duiden op een nieuw album, maar dit kwam er niet meer van. Het in 2009 verschenen Life goes on bevat slechts zes nieuwe liedjes (waaronder een paar van de genoemde downloads) op een totaal van achttien, de rest verscheen eerder. Waarom bijvoorbeeld zijn prachtige versie van She moves through the fair niet gebruikt is zal wel een raadsel blijven. Gerry’s overlijden kwam niet echt onverwacht. Hij was inmiddels alcoholist geworden, werd als eens opgenomen en was ook al een poosje zoek. Tragisch dat deze zanger niet wist om te gaan met succes en moest eindigen zoals zijn vader. John Byrne bleef hem trouw en sprak prachtig op zijn begrafenis. Tot slot: Gerry, bedankt voor jouw fraaie muziek en RIP!
(8 februari 2011)

 

TERUGBLIK OP 2010
johngrant
MIJN TOP 10 VINYL 2010
1. John Grant -Queen of Denmark
2. Villagers- Becoming a jackal
3. Lost in the trees -All alone in an empty house
4. Arcade Fire -The suburbs
5. The National -High violet
6. The Walkmen -Lisbon
7. Band of Horses -Infinite arms
8. Blood red shoes -Fire like this
9. Midlake -The courage of others
10.The Morning benders -Big echo
en uitgebracht in 2010 maar muziek van (ver) daar voor:
1. Bruce Springsteen -The promise
2. Johnny Cash -American VI -Ain’t no grave
3. The White Stripes -Under great white northern lights

Ik kijk met groot genoegen terug op de afgelopen twaalf maanden. Er valt veel goede popmuziek te genieten voor diegenen die verder kijken dan 1966 (en vooruit ook nog een beetje 1967). Hier even een beknopte toelichting bij de eerste vijf. Van de eerste 3 namen in deze lijst had ik tot 2010 nog nooit gehoord. Dat John Grant eerder in The Czars speelde was helaas niet tot mij doorgedrongen, maar vanaf het moment van verschijnen was dit zonder twijfel mijn plaat van het jaar. Toen ik hem in Nijmegen ontmoette bleek hij ook nog heel aardig en een echt talenwonder. Hij komt in april weer naar Nederland, mis hem niet als je van fraaie zang en mooie arrangementen houd. Op 2 de Ier Conor O’Brien, een klein mannetje met een groot talent. De plaat is in principe een solo-lp, maar hij trad hier diverse keren op met een band en maakt zijn afwisselende songs ook live waar. Hij kan een zaal echt stil krijgen. Ook hij speelde eerder in een andere band (The Immediate), wiens lp niet tot mij was doorgedrongen. Op 3 een plaat waarvan ik in een Plato-recensie las dat alleen al in de eerste drie liedjes het van indie naar klassiek via folk en een soort van filmmuziek gaat (Nick Drake,Arcade Fire en Vivaldi als aanknooppunten). Dit maakte mij zo nieuwsgierig dat de lp al snel uit de States overvloog om op mijn draaitafel te belanden. Ari Picker is hier de klassiek geschoolde componist, die verantwoordelijk is voor dit fraais, de band is inmiddels uitgebreid tot zeven man. Wie haalt deze groep in 2011 naar Nederland? Op vier de derde van Arcade Fire, die met deze derde plaat doorbrak naar een nog groter publiek. Qua intensiteit zullen ze hun eerste plaat echter, denk ik, niet meer overtreffen, maar ik blijf het indrukwekkend vinden. Ook The National brak met hun zesde plaat terecht definitief door ondanks het sombere karakter van de muziek.Bubbling under mijn top 10 o.a. Shearwater, Black Rebel Music, The Posies en Neil Young.Van de oude knarren werd ik vooral blij van de 3lp set The promise van Bruce Springsteen met 22 liedjes uit The Darkness sessies.  Veel was al eerder op bootleg verschenen, maar er waren genoeg verrassingen over en de geluidskwaliteit is imponerend. Van Johnny Cash verscheen het zesde American deel, waarmee denk ik de koek nu wel op is, maar in het jaar waarin mijn vader overleed was deze breekbare muziek zeker welkom.Trouwens zelden zoveel leuke livemuziek meegemaakt dan in 2010. Van bejaarden als The Pretty Things tot jonge honden als The Morning Benders. Zelfs op lokaal niveau was het soms moeilijk kiezen. Zo traden op dezelfde avond alleen in Utrecht al The Walkmen (Tivoli), Sophie Hunger (Helling) en The strange death of liberal England (Ekko) op. Na veel wikken en wegen koos ik voor The Walkmen (geweldig concert), maar de andere optredens had ik zeker ook willen meemaken. Luxe problemen dus.Het jaar werd dan nog uitgeluid met de single van The Vaccines: Wreckin’ bar, waarin met een ouderwets kort debuut (1 minuut en 24 seconden knallen) meteen een visitekaartje wordt afgegeven. Hun debuut-lp verschijnt in maart.
(6 januari 2011)

Q65
Q65
Pim Scheelings is een man van veel talenten (kijk maar eens op zijn website (http://www.scheelingsmuseum.nl/). Nu is hij ook auteur van Q65, de ultieme biografie. Het boek vertelt in ruim 200 pagina’s het boeiende verhaal van vijf jongens uit het Haagse Zuiderpark die tot ver buiten Nederland beroemd werden met hun unieke geluid. In 1966 kocht ik mijn allereerste langspeelplaat: Revolution van Q65. Het doet me dan ook veel plezier het verhaal van juist deze groep in boekvorm terug te vinden. Naast de persoonlijke verhalen van de bandleden, vertellen ook Hans van Hemert, Peter Koelewijn, Joop van Nimwegen en vele anderen uitgebreid over hun ervaringen met de Kjoe. Het boek is aangevuld met veel historische illustraties. Ook de familie Bieler stelde haar archief open en leverde vele niet eerder gepubliceerde fotos. Kortom een aanrader voor iedereen die warme herinneringen aan deze legendarische groep heeft. Kijk voor verkoop adressen op: http://www.punkfilosofie.nl/q65.html
(6 december 2009)